Broer en zus

Waarom aandacht voor broers en zussen?
De ziekte, handicap of beperking van een gezinslid raakt alle leden van het gezin. Kinderen die hiermee opgroeien kunnen te maken krijgen met heftige emoties als verdriet, angst, boosheid, onzekerheid, schaamte- en schuldgevoelens. Gebeurtenissen thuis kunnen hun normale leven verstoren. Bijvoorbeeld: vriendjes kunnen niet (meer) thuis spelen, vakanties en uitjes gaan niet door of feestdagen vallen 'in duigen'. Dit roept een reactie op bij de broer of zus, meestal onbewust!

Eventuele gevolgen voor broers en zussen
Kinderen met een zieke of gehandicapte broer of zus zijn vaker jaloers dan andere kinderen en kunnen door hun (drukke of boze) gedrag om aandacht vragen. Tegelijkertijd zijn veel kinderen van een broer of zus met een beperking uitermate lief en zorgzaam en voelen zich heel verantwoordelijk voor de situatie thuis. Zij moederen of vaderen over het zieke of gehandicapte kind of de andere kinderen in het gezin. Veel broers en zussen hebben de neiging zich (te veel) weg te cijferen, of zij voelen zich schuldig. Bijvoorbeeld omdat zij de ziekte of handicap aan zichzelf wijten of omdat zij zelf geen beperkingen hebben. Ook schaamtegevoelens komen voor, met name wanneer het zieke of gehandicapte kind zich opvallend gedraagt of er vreemd uitziet.

Voor de gezonde kinderen die opgroeien in een gezin met gezondheidsproblemen is het van groot belang dat ze erkenning krijgen voor de plek die ze in het gezin innemen.

De cijfers op een rij
Volgens het Sociaal Cultureel Planbureau zijn er binnen de 6- tot 9-jarigen 695.000 kinderen met een ziekte of handicap. Er zijn bij het SCP geen precieze cijfers over broers en zussen bekend, maar we kunnen er vanuit gaan dat een groot gedeelte van deze kinderen één of meerdere broers of zussen heeft.

Volgens een schatting van steunpunt Mantelzorg Gooi en Vechtstreek zijn er in Nederland 4,9 miljoen kinderen en jongeren waarvan:

1 op de 10 jongeren thuis of in zijn naaste omgeving een ziek of gehandicapt familielid heeft en dus jonge mantelzorger is! 250.000 tot 400.000 jongeren een gehandicapte broer of zus hebben.

Wat betekent het hebben van een zieke of gehandicapte broer of zus voor kinderen?
Kinderen die een broer of zus hebben met een lichamelijke of verstandelijke handicap of een chronische ziekte, zijn gewone kinderen die in meer of mindere mate onder bijzondere omstandigheden opgroeien. De aanwezigheid van een broer of zus met een beperking doet een beroep op hun begrip voor mensen die anders zijn, op hun zorgzaamheid en hun verantwoordelijkheidsgevoel. Dit zijn in principe positieve zaken. Wel is het van groot belang dat zij erkenning en steun krijgen, als dat nodig is.
Hoe broers en zussen reageren op de situatie thuis, kan sterk verschillen en is mede afhankelijk van:
De ernst van de ziekte of handicap; is het stabiel of steeds weer opnieuw spannend?; is er duidelijkheid over de ziekte of handicap, of niet?

De gezinssamenstelling; krijgen de kinderen de ruimte om hun plek als oudste, middelste of jongste in te nemen?

De leeftijd; pubers reageren uiteraard heel anders dan kleuters.

Omgevingsfactoren; kan het gezin op steun en support rekenen in hun omgeving? Heeft het kind een vertrouwenspersoon buiten het gezin?

Hoeveel aandacht en begrip is er binnen het gezin zelf, de familie en vriendenkring en in de omgeving voor de bijzondere positie van de broers en zussen?

Mogelijke gevolgen:

  • Broers en zussen kunnen, meer dan andere kinderen, te maken krijgen met heftige emoties, zoals verdriet, angst, boosheid, onzekerheid, schaamte- en schuldgevoelens. Maar ook gevoelens van trots, zorg en volwassenheid.
  • De tegenstrijdigheid van gevoelens over de broer of zus kunnen erg verwarrend zijn.
  • Het normale leven wordt soms verstoord. Vriendjes kunnen niet (meer) thuis spelen of feestdagen vallen 'in duigen'.
  • De situatie en eventuele veranderingen in het gezin kunnen veel spanning opleveren.
  • Een aantal gezinnen raakt bovendien de contacten met de omgeving kwijt.
  • Sommige broers en zussen krijgen al heel jong (te) veel taken en verantwoordelijkheden:
huishoudelijke taken, zoals boodschappen doen, koken en schoonmaken;
de verzorging van jongere broertjes en zusjes, zoals oppassen, aankleden en eten geven;
verzorgende taken voor het zieke of gehandicapte kind;
emotionele verzorging van familieleden, zoals troosten, afleiden en andere 'grote-mensenzaken' als praten over de problemen.

De bovenstaande tekst is afkomstig vanwww.broerofzus.nl , binnenkort zullen wij hier onze eigen samengestelde tekst publiceren.