nah aandoeningen



Hieronder vindt u onze rubriek met hersenaandoeningen.

Wij proberen een zo'n duidelijk mogelijke uitleg te geven, mocht u een aandoening zoeken en ontbreekt die in ons overzicht stuur dan een Email naar info@nah-info.nl en wij gaan voor u op zoek.

Amnesie


Amnesie betekent geheugenverlies; het tijdelijke of blijvende verlies van een deel of van het totale geheugen.

Beschrijving
Stoornis in het geheugen volgt vaak op een verminderd bewustzijn, bijvoorbeeld na een hersenschudding. In sommige gevallen van hersenschudding (door een val of klap op het hoofd) is het geheugen dusdanig 'beschadigd' dat men zich behalve het ongeluk zelf ook gebeurtenissen vlak ervóór niet meer kan herinneren (dit wordt retrograde amnesie genoemd).

Ontstaan
Een amnestisch syndroom wijst op een dubbelzijdige stoornis in de 'slaap'kwabben, of andere structuren betrokken bij het geheugen. Dergelijke geheugenstoornissen komen voor bij ernstige hersenontstekingen (encephalitis) of beroertes, verder ook bij hersentumoren, operaties of na chronisch alcoholmisbruik (syndroom van Korsakow). Naarmate bepaalde delen van de hersenen ernstiger beschadigd zijn, kan het geheugen gedurende langere tijd vóór het optreden van de beschadiging zijn aangetast. In sommige gevallen kan ook het geheugen dusdanig worden beschadigd dat men ook naderhand niets meer kan onthouden van nieuwe gebeurtenissen. Andere oorzaken van geheugenverlies zijn: ziekte van Alzheimer, dementie, bepaalde gevolgen van Aids, depressie bij ouderen, stress, hersenkneuzing, centraal - neurologische aandoeningen, psychische aandoeningen oa dissociatieve aandoeningen.

Oorzaken
(1) Plotseling geheugenverlies met slechts gedeeltelijk herstel, wordt meestal veroorzaakt door een hersenbloeding, tia, verwonding of fractuur
(2) Geheugenverlies met volledig herstel, wordt meestal veroorzaakt door een hersenschudding.
(3) Geleidelijk geheugenverlies met gedeeltelijk herstel, wordt veroorzaakt door gezwellen (cysten of tumoren) en weefselachteruitgang (veroorzaakt door bijvoorbeeld dementie, veelvuldige epilepsieaanvallen met lange perioden van bewusteloosheid).

Ernst en beloop
Naar gelang de ernst van de oorzaak van de amnesie kan het geheugen geheel of gedeeltelijk terugkeren.

Dissociatieve amnesie
Dissociatieve amnesie is een vorm van dissociatie. De oude benaming voor dissociatieve amnesie is psychogene amnesie.
Een episode van geheugenverlies die verder gaat dan de normale vergeetachtigheid en die niet door DIS of organische oorzaken kan worden verklaard.

Typen dissociatieve amnesie
1. Gelokaliseerde amnesie
onvermogen zich alle gebeurtenissen gedurende een beperkte periode te herinneren. Meestal de eerste paar uren na een schokkende gebeurtenis.
2. Selectieve amnesie
onvermogen zich sommige, maar niet alle gebeurtenissen gedurende een beperkte periode te herinneren.
3. Algehele amnesie
de geheugenstoornis heeft betrekking op het gehele leven.
4. Voortdurende amnesie
onvermogen zich de gebeurtenissen tot en met de huidige ervaringen te herinneren.

Dissociatieve amnesie (ook wel dissociatief geheugenverlies) is een psychische aandoening. . De aandoening werd vroeger psychogene amnesie genoemd. Dit type geheugenverlies bestaat uit het onvermogen om zich van één of meer episodes belangrijke persoonlijke gegevens te herinneren, meestal van traumatische of stressveroorzakende aard, die te uitgebreid zijn om verklaard te kunnen worden door gewone vergeetachtigheid. De symptomen veroorzaken in duidelijke mate lijden of beperkingen in het sociale of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen. Wie dissociatieve amnesie heeft, kan bepaalde herinneringen, vooral over zichzelf, niet terughalen. Dit gebeurt als verdedigingsmechanisme tegen gebeurtenissen die de psyche ernstig in verwarring brengen of schaden. Een episode kan enige minuten duren, maar in ernstige gevallen zelfs het hele leven. Er kan een groot aantal oorzaken ten grondslag aan de stoornis liggen, bijvoorbeeld (jeugd)trauma's, ongelukken of rampen, overlijden van een dierbare, oorlogservaringen of druggebruik. De stoornis kan ook optreden als een persoon een sterk schuldgevoel heeft.
De stoornis is niet uitsluitend onderdeel van een dissociatieve identiteitsstoornis, dissociatieve fugue, posttraumatische stress-stoornis, acute stress-stoornis of somatisatiestoornis. Ook is de aandoening geen gevolg van directe fysiologische bijwerkingen van een substantie (bijvoorbeeld een drug of geneesmiddel) of een lichamelijke aandoening (bijvoorbeeld hoofdletsel).

Voorkomen
Van de dissociatieve stoornissen komt de dissociatieve amnesie waarschijnlijk het meeste voor, maar er bestaat nauwelijks onderzoek over.

Anterograde amnesie
Herinneringsverlies van de gebeurtenissen kort na een ongeval. Het is een amnesie vanaf een bepaald tijdstip (bijvoorbeeld trauma) door onvoldoende opslag en inprenting (als regel door bewustzijnsstoornis).

Lacunaire amnesie
Geheugenverlies met betrekking tot enkele speciale gebeurtenissen.

Posttraumatische amnesie
Herinneringsverlies dat meestal ontstaan is door een hoofdletsel (trauma).
De amnesie eindigt op het moment dat het geheugen weer gaat functioneren.

Retro-anterograde amnesie
Geheugenstoornis, waarbij recente gebeurtenissen lang geleden schijnen te zijn gebeurd en omgekeerd.

Retrograde amnesie
Herinneringsverlies van de gebeurtenissen kort voor een ongeval.

Bronnen
http://www.medischestartpagina.nl/Ziektebeelden/A/amnesie/index.html
http://www.e-gezondheid.be/nl/gezondheid_tijdschrift/gezondheid_medische_encyclopedie/Amnesie_Geheugenverlies_vergeetachtigheid-8259-530-art.htm
http://nl.wikipedia.org/wiki/Dissociatieve_amnesie
http://www.consumed.nl/?rightUrl=L2RhdGFiYXNlL2luZGljYXRpZXMvaW5kaWNhdGllLnBocDM/aWQ9Mjg5OQ==
http://www.hulpgids.nl/ziektebeelden/amnesie.htm<


< Aneurysma, Arachnoidale bloeding,De bloeding onder de hersenvliezen

Oorzaak
Verondersteld wordt dat een aneurysma van de hersenslagaders ontstaat uit een aangeboren zwakke plek van de vaatwand, maar daarover bestaat nog onvoldoende zekerheid. Aangeboren betekent dat de afwijking tijdens de ontwikkeling (dus voor de geboorte) ontstaan is. Dat betekent dus niet dat het erfelijk is. Wel zijn er families waarbij aneurysmata vaker dan normaal voorkomen, en bovendien bestaan er een paar zeldzame erfelijke ziekten waarbij vaker dan normaal aneurysmata van de hersenen optreden. In zeldzame gevallen ontstaat een aneurysma door een infectie van de vaatwand bijvoorbeeld als een patiënt een (bacteriële) bloedvergiftiging heeft. Een ander zeldzaam aneurysma ontstaat soms door de veranderde bloedstroming bij een arterio-veneuze vaatmisvorming .
Verschijnselen
Meestal manifesteert een hersen aneurysma zich door middel van een hersenbloeding. Door de druk in de slagader kan een aneurysma groter worden en de wand dunner, zodat er een scheurtje in komt en er uiteindelijk een hersenbloeding ontstaat. Een bloeding uit een aneurysma treedt meestal op tussen de hersenvliezen, en noemt men een subarachnoïdale bloeding. Dat komt doordat een hersen aneurysma meestal op één van de grotere hersenslagaders zit, aan de buitenzijde van de hersenen, in het spinnewebsvlies (de arachnoidea). Meestal merkt de patiënt op het moment van bloeding acute hoofdpijn en nekpijn, waarbij bovendien bewusteloosheid kan optreden. Vaak is er ook misselijkheid en moet men overgeven. Soms treden er ook epileptische trekkingen van de ledematen op of zijn er acute verlammingsverschijnselen. Wanneer een aneurysma is gebarsten komt er bloed rondom de hersenen terecht, dat zich verspreidt onder/tussen het spinnewebsvlies. De stollingseigenschappen van het bloed zullen ervoor moeten zorgen dat het lekje in het aneurysma dicht stolt en de bloeding stopt. Dat lukt lang niet bij iedere patiënt, en dat is de reden dat een bloeding uit een hersen aneurysma zo gevaarlijk is. Naar schatting de helft van alle patiënten met een bloeding uit een aneurysma in de hersenen overlijdt. Van de patiënten die in het ziekenhuis worden opgenomen kan de neurologische conditie erg verschillen, met in het gunstigste geval alleen hoofdpijn en nekpijn, en in het ergste geval diepe bewusteloosheid (coma). De meeste bloedingen uit een hersen aneurysma treden op in de leeftijdsgroep van 40 tot 60 jaar, en vaker bij vrouwen dan bij mannen. Hoge bloeddruk en roken vergroten de kans op een hersenbloeding uit een aneurysma.

Er zijn ook hersen aneurysma´s die niet bloeden, maar doordat ze groter en groter worden toch neurologische uitvals- of prikkelingsverschijnselen kunnen veroorzaken. Dat komt dan doordat ze als een gezwel tegen de hersenen, hersenstam of hersenzenuwen aandrukken.

Weer een andere mogelijkheid is dat er in een (groot) aneurysma bloedstolsels worden gevormd, zonder dat daarbij het hele aneurysma wordt gevuld. In dat geval is dus een gedeelte van het aneurysma gevuld met (stromend) bloed, en een gedeelte met een bloedstolsel. Door het langsstromende bloed kunnen stukjes stolsel worden losgewoeld en met de bloedstroom worden meegenomen, totdat ze ergens in de hersenvaten blijven steken. Daardoor treedt dan afsluiting van dat bloedvat op, en kan een herseninfarct ontstaan, wat kan leiden tot een verlamming of spraakstoornis. Soms veroorzaken de stolseltjes een tijdelijke afsluiting, waardoor er voorbijgaand (volledig herstellende) neurologische stoornissen kunnen optreden. Dit noemt men dan een TIA (transient ischemic attack, oftewel: voorbijgaande aanval van onvoldoende bloedtoevoer).

Naar boven

Alzheimer,

Alzheimer is een aandoening in de hersenen waarbij geleidelijk steeds meer hersencellen verloren gaan. Hierdoor krijgt de patiënt geheugenproblemen en heeft hij of zij het steeds moeilijker om verstandelijk te redeneren. Onderzoekers denken dat o.a. een tekort aan de chemische stof acetylcholine in de hersenen een rol speelt bij Alzheimer.Er zijn heel wat symptomen die op Alzheimer kunnen wijzen:
Geheugenverlies
Moeilijkheden met het uitvoeren van eenvoudige taken
Problemen met woorden of met de benaming van voorwerpen
Geen zicht op plaats en tijd
Slecht inschattingsvermogen (zomerkleren dragen in de winter)
Moeite met abstract denken
Dingen misleggen
Veranderingen in gedrag en stemming
Veranderingen in de persoonlijkheid
Futloos, zonder enige vorm van initiatief
De echte oorzaak is nog onbekend. Onderzoekers geloven echter dat Alzheimer veroorzaakt wordt door een combinatie van de volgende factoren:
Erfelijkheid
Omgevingsfactoren (iets in het water, de lucht of in de grond)
Inwendige factoren (virus, probleem met immuniteitssysteem, .)
Alzheimer wordt vereenzelvigd met ouder worden, maar is er geen gevolg van.De Alzheimerpatiënt ziet zijn verstandelijke en lichamelijke vermogens langzaam afnemen. Naarmate het proces vordert, zal hij of zij steeds vaker een beroep moeten doen op hulp en zorg. Uiteindelijk heeft de patiënt de klok rond nood aan begeleiding.Er is nog altijd geen remedie tegen de ziekte van Alzheimer. Onderzoekers zijn er wel in geslaagd de ziekte te vertragen. Onder andere door het gebruik van geneesmiddelen die de hoeveelheid acetylcholine in de hersenen verhogen. Deze stof bevordert de uitwisseling van gegevens tussen de hersencellen. Dit heeft een positieve invloed op het behoud van de vermogens bij Alzheimerpatiënten.
Sommigen geloven dat bepaalde kruiden, vitaminen en mineralen het risico op Alzheimer kunnen verkleinen. Spreek erover met uw arts! Patiënten kunnen verschillende dingen doen om zich te wapenen tegen de symptomen van Alzheimer:
Gezonde voeding
Voldoende beweging
Regelmatige rust
Consequente inname van voorgeschreven geneesmiddelen
Beperkt gebruik van alcohol
Voldoende relaxen
Regelmatige doktersbezoeken
Alzheimer is niet alleen een zware belasting voor het lichaam, maar ook voor het gemoed. Soms kan het goed doen om:
Met familie en vrienden over de ziekte te praten
Lid te worden van een zelfhulpgroep
Professionele begeleiding in te roepen
De meest efficiënte behandelingen vloeien voort uit een snelle diagnose. Wacht dus niet te lang om met een arts te praten wanneer u of iemand uit uw omgeving symptomen vertoont.
Hoe verloopt de ziekte?
De ziekte van Alzheimer kan in drie fases worden opgedeeld. De duur van de fases en het verlies van lichamelijke en geestelijke vermogens verschilt van patiënt tot patiënt.
de vroege fase duurt meestal twee tot vier jaar. Ze wordt gekenmerkt door lichte symptomen zoals vergetelheid, concentratiestoornissen, kleine haperingen tijdens het communiceren, stemmingswisselingen,depressief, teruggetrokkenheid, rusteloosheid, coördinatieproblemen.
de middenfase duurt 2 tot 10 jaar. In deze fase nemen de fysieke en mentale vaardigheden af. De patiënt krijgt gaten in het geheugen, herkent vrienden en familie niet meer, heeft geen notie meer van tijd en plaats en verandert van persoonlijkheid. Het wordt steeds moeilijker om dagelijkse dingen zelfstandig te doen.
De late fase duurt meestal 1 tot 3 jaar. In deze fase heeft de patiënt 24 uur op 24 nood aan verzorging. De patiënt lijdt aan zwaar geheugenverlies en totale desoriëntatie, kan niet meer spreken, verliest de controle over zijn of haar blaas en darmen en kan soms zelfs niet meer bewegen.
Acetylcholine: een chemische stof in de hersenen die de overdracht van prikkels van de zenuwen op cellen mogelijk maakt. Een zogenaamde neurotransmitter.


Amyotrofe laterale sclerose (ALS, ziekte van Charcot)



Atrofie is verdwijning door gebrek aan voedingsstoffen, dit treedt op in de myo (spier).
Amyotrofische is dus het wegkwijnen van spierweefsel. Dit gebeurt lateraal (zijdelings) en heeft sclerose tot gevolg. Sclerose betekent verharding. Het is sclerose van de buitenste zenuwbanen in het ruggenmerg samen met spieratrofie
In 1862 gebruikte Charcot Jean - Marie (geb. in 1825 in Parijs) voor het eerst de naam “Amyotrofische Laterale Sclerose” om een aantasting van zowel het eerste als het tweede motor neuron aan te duiden. In 1874 geeft Charcot de eerste nauwkeurige observatie van het ziektebeeld ALS. In sommige landen noemt men ALS ook wel MND: motor (beweging), neuron (zenuwcellen), disease (ziekte). In Amerika is de aandoening ook als de “Lou Gehrig disease” gekend, naar de naam van de legendarische Baseballspeler die aan deze ziekte bezweek in 1941. De ziekte kwam op 14 september 2004 in het nieuws doordat een Nederlander naar Peking ging om de ziekte door implantering van stamcellen te behandelen.

ALS is een progressieve aandoening van de motorische zenuwcellen en zenuwbanen in de hersenstam, grote hersenen (voorhoorn-cellen en piramide-banen) en in het ruggenmerg. Het is daarom een neuromusculaire aandoening. De ziekte laat deze delen sterk achteruitgaan in bouw en functie (= degeneratie) en afsterven (= neurondood). Deze zenuwen regelen de spierfunctie, resp. de lichaamsbeweging (= lichaamsmotoriek). De geestelijke vermogens, de zintuiglijke capaciteiten, noch de seksuele functies worden aangetast. ALS leidt tot krachtsverlies van de extremiteiten, romp en ademhalingsmusculatuur en van de slik, kauw en spraakspieren. Dat is een aandoening die leidt tot het onvoldoende of niet functioneren van de spieren. ALS is progressief van aard, dat betekent dat iemand met deze ziekte steeds verder achteruitgaat. De ziekte veroorzaakt meestal geen pijn en tast het verstand niet aan. Ook blijven de zintuigen (gevoel, smaak, gezicht, reuk en gehoor) doorgaans intact, evenals de werking van darmen en blaas. De seksuele functies blijven lang behouden. Wel worden uiteindelijk alle spieren, behalve de hartspier, aangedaan. Er bestaat een aan ALS verwante aandoening, progressieve spinale musculaire atrofie (PSMA) genaamd. Of het om PSMA of ALS gaat, wordt door neurologisch onderzoek vastgesteld..

Spieren zorgen voor beweging. Hiertoe krijgen zij, via de zenuwen, een "signaal" van de hersenen. Bij ALS is er iets mis met de zenuwbanen die de verbinding vormen tussen hersenen en spieren. De cellen van deze zenuwbanen vallen geleidelijk uit en geven geen signalen meer door aan de spieren, met als gevolg dat deze niet meer (kunnen) functioneren. Het is nog niet bekend hoe de ziekte ontstaat.

ALS is een niet besmettelijke aandoening die in elke spiergroep kan beginnen en waarvan de oorzaak nog niet met zekerheid is vastgesteld. Evenmin is een afdoende behandeling of een preventiemethode momenteel gekend. De overlevingsduur en het beloop van de ziekte verschillen sterk tussen patiënten onderling, hetgeen zekere voorspellingen moeilijk maakt. De aandoening is veelal binnen 3 à 5 jaar fataal en dit door verlamming van de ademhalingspieren of slikspieren. Maar toch zit er een grote variatie in de levensduur van iemand met ALS.

Voorkomen
In Nederland zijn er zón zevenhonderdvijftig tot twaalfhonderd mensen met ALS. De ziekte komt vooral voor bij mannen en begint meestal tussen 25-45 jaar. ALS is geen zeldzame ziekte want ze treft ongeveer zes tot zeven mensen op honderdduizend en komt overal ter wereld voor. De meeste krijgen ALS tussen vijftig en vijfenzeventig jaar maar er zijn ook tieners met ALS. De diagnose kan alleen worden gesteld nadat andere neurologische aandoeningen zijn uitgesloten. Het verloop van de ziekte is progressief maar de evolutie varieert van persoon tot persoon. De ziekte begint veelal op volwassen leeftijd (50 tot 60 jaar). De jaarlijkse aantal nieuwe gevallen/jaar/100000 mensen is ongeveer tussen de 0,4 en 1,8 per 100000 en de prevalentie (= het aantal patiënten op een bepaald ogenblik/100000 mensen) ligt tussen de 4 en 6 per 100000.

Mogelijke verschijnselen (o.a.)
Spierzwakte, spierverlamming in armen en benen en in de latere stadia van de ziekte (
Zwakke en dunne spieren. Eén van de eerste verschijnselen is het verlies van de kracht in de hand dat gepaard kan gaan met het wegkwijnen van een spier; evenwel kunnen ook de kracht in de schouders en bovenarmen als eerste worden aangetast. In geval van “beentype” worden eerst de benen samen met de voeten aangetast met struikelen en vallen tot gevolg. ALS is eigenlijk geen lichamelijk pijnlijke ziekte, maar krampen en stijfheid kunnen wel pijn in armen, schouders en benen veroorzaken. Gewrichtspijn vloeit voornamelijk voort uit verlies van spierkracht, uit stijfheid door gebrek aan beweging, door te lang in dezelfde houding te blijven. Spiervezels die onvoldoende door zenuwprikkels bestuurd worden, gaan zonder effect samentrekken en krampen veroorzaken. De helft van de gezonde volwassenen heeft hier echter ook last van, vooral in de onderbenen en voeten. Spierzwakte heet ook wel myasthenia. Spierverlamming kan optreden in armen en benen en in een later stadium (na 2-3 jaar) kunnen er slik-, spreek- (= afasie) en ademhalingsstoornissen (= respiratoire insufficiëntie) optreden

Moeilijkheden met kauwen, slikken en spreken
Eten is een complex proces waarbij tal van spieren betrokken zijn. hand en armspieren, gelaats -en kaakspieren, de tong, keel en slokdarmspieren. Zwakte van om het even welk van deze spieren kan eet en slikproblemen veroorzaken. In geval van verzwakking van deze
ALS begint vaak met krampen en kleine onwillekeurige spierbewegingen, die een soort golfvormige bewegingen op de huid veroorzaken (fasciculaties). Ze zijn soms pijnlijk, vooral als ze in de kuiten optreden. Tegelijk met de krampen en fasciculaties of enige tijd later ontstaan ergens in het lichaam spierzwakte en verschrompeling (atrofie) van een of meer spieren. Dit kan bijvoorbeeld een hand of het uiteinde van een been zijn. Soms beginnen de spierzwakte en atrofie in een ademhalingsspier, maar dat is zeldzaam. De spierzwakte en atrofie breiden zich langzaam uit tot andere spieren. Krampen en fasciculaties verdwijnen in spieren die krachteloos worden. Soms zijn spieren (bijvoorbeeld in de armen en benen) enige tijd stijf voordat ze slap en krachteloos worden. Na verloop van tijd verzwakken ook de keelspieren: het spreken wordt onduidelijk (de stem wordt zachter; de stem kan hees worden of omgevormd worden tot een neusstem, de articulatie kan bemoeilijkt worden alsook de uitspraak van bepaalde klanken.), vaak onmogelijk. Slikken en kauwen wordt moeilijk en ten slotte onmogelijk. Eten en drinken wordt eveneens moeilijker waarbij sommigen last hebben van kwijlen Speeksel kan alzo weglopen uit de mond of zelfs in de luchtwegen terechtkomen met verslikking als gevolg. Dit veroorzaakt vaak grote paniek bij de patiënt en zijn omgeving. Verslikken als doodsoorzaak bij ALS komt echter vrijwel nooit voor. Verslikken komt eerder voor bij drinken dan bij het nuttigen van vast voedsel. De kans op verslikken neemt toe bij vermoeidheid, emoties en spreken tijdens het eten en drinken. Bij het minste of geringste ontstaan huilbewegingen, wat dwanghuilen genoemd wordt. Door aantasting van de ademhalingsspieren kunnen kortademigheid en ademnood optreden.
Verzwakking in de spiergroepen die gebruikt worden bij het spreken kan communicatieproblemen veroorzaken. (“dysartrie”). Dysartrie gaat vaak gepaard met de voornoemde eet en slikproblemen daar dezelfde spieren vaak gebruikt worden voor zowel kauwen, slikken als spreken. ALS kan verschillende soorten spraakproblemen veroorzaken, afhankelijk van de aangetaste spiergroepen. Ook de mondhygiëne kan worden aangetast: verzwakte tongspieren en een verminderde mobiliteit van het gehemelte bemoeilijken het reinigen van de mond met tandcariës en infecties tot gevolg. Aangepaste voeding en logopedie zijn hier van het grootste belang.

Gewichtsverlies en verminderde eetlust
Door verlies van spiermassa, een verminderde voedselinname bij kauw en slikproblemen en schaamte om in gezelschap te eten kan het gewicht snel dalen.

Moeilijkheden met ademen
Door het verminderen van de kracht van de ademhalingsspieren hoopt het koolzuurgas zich op in het bloed waarbij zich symptomen voordoen als onrustig slapen, nachtmerries, ochtendhoofdpijn, sufheid, kortademigheid en zelfs longontsteking. Een verminderd uithoudingsvermogen en een snellere vermoeibaarheid worden hier ervaren.

Vermoeidheid
Vooral vermoeidheid is een courant syndroom bij ALS want de talloze veranderingen in je leven als ALS patiënt kunnen resulteren in een algemene stresstoestand die zich dan weer kan uiten in depressie en vermoeidheid, met name ook in “ochtendvermoeidheid”. Deze laatste is vooral te wijten aan een verzwakking in het middenrif. Doordat de longfunctie afneemt, gaat de algehele vermoeidheid toenemen. Alle normale activiteiten gaan plots heel veel energie vergen die het lichaam echter niet meer bezit. Het verwerken van de diagnose alleen al kan psychisch zo zwaar zijn dat dit tot lusteloosheid kan leiden.

Problemen met de stoelgang
Constipatie kan komen door vochtgebrek, een verminderde lichaamsbeweging en het gebruik van bepaalde medicijnen. Mensen met ALS zijn vaak geneigd minder te drinken uit angst voor slikproblemen en uit angst om steeds hulp te vragen bij toiletbezoek. Ook het drukken wordt moeilijker door de vermindering van de kracht van de buikspieren. Een aangepaste voeding en eventueel laxeermiddelen kunnen helpen.

Dwangmatig huilen, lachen en geeuwen
Dit zijn ontremmingsverschijnselen van lagere hersencentra. Vaak begint het als een normale reactie op iets verdrietigs of leuks, maar nadien wordt deze reactie vaak ongecontroleerd en niet meer te stoppen. Niet zelden leidt dit tot schaamte met sociale isolatie tot gevolg.


Voorkomen
Omdat de diagnose berust op patroonherkenning, duurt het gemiddeld een jaar na de eerste tekenen voordat de diagnose met voldoende zekerheid kan worden gesteld.
Aanvankelijk is er meestal sprake van vage klachten zoals spierzwakte en moeheid, beginnend in één van de ledematen. Na enkele maanden volgen ook klachten in andere ledematen. Door verzwakking van de spieren worden eenvoudige handelingen zoals het opendraaien van een kraan of het traplopen, steeds moeilijker. Bij ongeveer eenderde van de mensen beginnen de verschijnselen in mond en keel. Men krijgt problemen met slikken. Een lichte verandering van de stem kan zich ook voordoen. De verschijnselen nemen in de loop van de tijd in ernst toe. Hoe snel dat gaat, verschilt van persoon tot persoon. In een minderheid van de gevallen lijkt de ziekte gedurende vele maanden of zelfs jaren stil te staan.
Het progressieve karakter van ALS heeft veel fysieke problemen tot gevolg en kan geestelijk moeilijk te verwerken zijn. Men wordt keer op keer geconfronteerd met een voortschrijdende beperking van bewegingen en wordt daardoor steeds afhankelijker van anderen en van hulpmiddelen. Deze lichamelijke afhankelijkheid betekent in toenemende mate een belasting
voor partner, gezin of andere betrokken naasten. Ook zij hebben, zeker als ze de verzorging op zich nemen, behoefte aan begrip en steun.

Oorzaak
De oorzaak is niet bekend. Mogelijk spelen te hoge hersenconcentraties van glutamaat (= centrale neurotransmitter) een rol. Maar er zijn wel enkele waarschijnlijke oorzaken:

* Erfelijkheid In 2 procent van de gevallen is ALS erfelijk, met een autosomaal dominant overervingspatroon. Men spreekt dan van familiaire ALS. Binnen een familie zijn er dan meerdere mensen die aan ALS overleden zijn. Een minderheid onder hen heeft een mutatie in het superoxide-dismutaseI-gen.
In ongeveer 5 à 10 % van de ALS gevallen is er een erfelijk patroon. Wanneer het gaat om de erfelijke vorm, is ALS meestal een dominant erfelijke ziekte, wat betekent dat elke nakomeling van iemand met ALS een kans van 50 % heeft om ziek te worden. De verschijnselen van erfelijke ALS zijn hetzelfde als van de niet erfelijke. Het enige verschil is dat personen met erfelijke ALS doorgaans jonger zijn wanneer de eerste verschijnselen zich voordoen.
* Milieufactoren (blootstelling aan giftige stoffen)
* Stofwisselingsstoornis
* Slechte voeding
* Mutatie in een cel

Vooruitzichten
Overleving van meer dan 5 jaar is zeldzaam. Wellicht de bekendste ALS-patiënt, de Britse fysicus Stephen Hawking, lijdt echter al meer dan 40 jaar aan de ziekte. De Nederlandse voormalige minister Gijs van Aardenne, actrice Sylvia de Leur, de Pools voetballer Krzysztof Nowak alsmede de Italiaanse politicus Luca Coscioni overleden als gevolg van deze ziekte.

Diagnose
Iemands reactie op een diagnose van ALS zal variëren in functie van de persoonlijkheid en de levenservaring; toch zijn er sommige patronen die bij heel wat mensen voorkomen. Eén van de eerste antwoorden is meestal “ontkenning”. Soms kan een tweede opinie noodzakelijk zijn om de diagnose te kunnen aanvaarden. Ook woede, zowel naar het medisch personeel als naar de familieleden toe, is een vaak voorkomende reactie. Ook kan er een zogenaamd rouwproces optreden. De patiënt beseft dat hij functies gaat verliezen en het rouwen hierover blijkt vaak al gaande te zijn voordat de functie daadwerkelijk verloren gaat.

De wijze waarop de diagnose wordt medegedeeld is van extreem belang. Het gesprek over de diagnose vergt goede voorbereiding en mag geenszins kort en louter informatief zijn. De meeste neurologen delen de diagnose pas mee indien er volledige zekerheid over bestaat. Toch is vergissen mogelijk omdat de diagnose wordt vastgesteld op grond van waarnemingen. Hier kan een tweede opinie nogmaals zinvol zijn. Bij voorkeur is een gezinslid of een goede vriend aanwezig bij het gesprek en is de huisarts op de hoogte gebracht van de diagnose.

De schok bij het vernemen van de diagnose, het verdriet, de woede en de wanhoop zijn vaak zo overweldigend dat het een hele tijd vergt om de toekomstplannen nuchter te herdenken. Bovendien krijgt een deel van de ALS patiënten niet de kans om zelf oplossingen te vinden omdat de ziekte bij hen onmeedogend snel verloopt.

De patiënt wordt steeds gestimuleerd zoveel mogelijk actief te blijven en zo lang mogelijk deel te nemen aan het sociale leven. Begrip, steun en praktische adviezen zijn meer aangewezen in het verdere verloop van de ziekte want telkens weer wordt de patiënt geconfronteerd met nieuwe verliessituaties. Als de diagnose uiteindelijk aanvaard wordt, kan iemand met ALS zich gaan afsluiten en depressief worden wanneer hij vooruitblikt op de toekomst. Al deze emoties zijn perfect normale reacties op een pijnlijke situatie. Vaak zijn deze emoties van voorbijgaande aard, al kunnen soms periodes van depressie en wrok heroptreden.


Typen ALS
Er zijn 3 typen ALS:

* typische ALS, waarbij zowel perifere als centrale motorische cellen uitvallen;
* progressieve spinale spieratrofie, waarbij vooral de perifere motorische zenuwcellen uitvallen. De uitval van centrale motorische zenuwcellen is veel minder, waardoor andere verschijnselen ontstaan dan bij de typische vorm. Soms blijft de ziekte langdurig beperkt tot alleen de perifere motorische zenuwcellen;
* progressieve bulbaire paralyse. Hierbij raken alleen de spieren van de keel en het gezicht verzwakt of verlamd. De spieren van de romp en de ledematen zijn (in eerste instantie) niet verzwakt.

Behandelingsmogelijkheden
Nadat de neuroloog de diagnose heeft gesteld, kan het ALS-team van het revalidatiecentrum of de revalidatieafdeling van een ziekenhuis een bemiddelende en coördinerende functie vervullen. In Nederland functioneren ongeveer twintig ALS-teams. In de ALS-teams werken de verschillende hulpverleners nauw samen. De ergotherapeut adviseert welke hulpmiddelen kunnen worden ingezet om zo lang mogelijk zelfstandig te functioneren. De diëtist geeft voorlichting over voeding. Als dat nodig is, adviseert de diëtist over eten en drinken in aangepaste vorm.
De fysiotherapeut streeft naar een maximaal gebruik van de spieren. Hij kan iemand alternatieve manieren aanleren om bepaalde bewegingen zo lang mogelijk te blijven uitvoeren. Hij verzorgt de begeleiding bij de introductie van hulpmiddelen. De logopedist geeft onder meer eet- en slikinstructie zodat verslikken kan worden voorkomen. Tevens kan een maatschappelijk werker of psycholoog worden geconsulteerd. De huisarts vervult belangrijke rol bij de begeleiding van de persoon met ALS en zijn omgeving. Voor verpleegkundige hulp en assistentie bij contacten met officiële instanties kan de wijkverpleegkundige veel betekenen.
Een geneesmiddel tegen ALS is er helaas nog niet, het is hooguit mogelijk het ziekteproces iets af te remmen. Mensen met ALS krijgen vaak het middel riluzole (merknaam Rilutek) voorgeschreven. Uit onderzoek is gebleken dat dit medicijn de progressie van ALS enigszins vertraagt. Omdat het middel de ziekte remt, maar niet geneest, is het verstandig deze behandeling, wanneer men ervoor kiest, zo vroeg mogelijk in het verloop te beproeven.

Links



Wetenschappelijk onderzoek
Er wordt op het ogenblik veel onderzoek gedaan naar de oorzaak van ALS en PSMA. Er wordt naarstig gezocht naar medicijnen. Onderzoekers uit diverse landen werken samen in internationale projecten. In Europa is er sinds 1992 op initiatief van de VSN en de ALS-diagnosewerkgroep samenwerking ontstaan op het gebied van wetenschappelijk onderzoek naar de erfelijke vorm van ALS en op het gebied van het opzetten van weefselbanken. Hierdoor wordt het onderzoek naar ALS sterk bevorderd. Ook het ALS-centrum, gevestigd in het UMCU te Utrecht en het AMC te Amsterdam, doet onderzoek naar ALS.

bron
http://www.consumed.nl/?rightUrl=L2RhdGFiYXNlL2luZGljYXRpZXMvaW5kaWNhdGllLnBocDM/aWQ9NjE=
http://nl.wikipedia.org/wiki/Amyotrofische_laterale_sclerose
http://www.alscentrum.nl/aandoeningen?k=p&pid=1
http://www.alsliga.be/aandoeningen?id=11

Links
* Vereniging Spierziekten Nederland
* ALS-Project: Gratis hulp-programma's voor mensen die aan ALS lijden

ADHD

, Attention Deficit Hyperactivity Disorder, oftewel Aandachts-Tekort-Stoornis met Hyperactiviteit.
Wat zijn de kenmerken van ADHD?

Er wordt vaak gezegd dat ADHD een aandoening is waarbij het kind erg druk is. Dit is slechts ten dele het geval. ADHD wordt gekenmerkt door (een combinatie van) de volgende symptomen:

*Hyperactiviteit: het kind is druk; kan moeilijk rustig spelen; kan moeilijk stil zitten; is altijd bezig; praat veel; rent veel rond.

*Impulsiviteit: het kind kan moeilijk zijn/haar beurt afwachten; onderbreekt anderen vaak; flapt er vaak een antwoord uit
Zonder erover na te denken; dringt zich vaak op aan anderen; negeert opdrachten

*Aandachtstekort: het kind heeft problemen met het vasthouden van de aandacht en concentratie; lijkt niet te luisteren; is makkelijk afgeleid; maakt achteloze fouten; vindt het moeilijk taken te organiseren of af te maken; vermijdt taken die nadenken vereisen; verliest vaak spullen
Het is niet eenvoudig om vast te stellen dat iemand ADHD heeft! Er is geen simpele test voor ADHD, zoals een bloedproef of een apparaat om de diagnose te stellen. ADHD wordt gediagnosticeerd door heel goed naar ouders en kinderen te luisteren en te zoeken naar de kenmerkende symptomen van ADHD in hun verhaal.
Vragenlijsten kunnen hierbij helpen. Wanneer deze symptomen overeenkomen met de criteria voor ADHD, zoals die zijn opgesteld door ADHD-experts, dan pas kan de diagnose worden gesteld. De diagnose ADHD kan alleen worden gesteld door artsen die hiervoor zijn opgeleid en er ervaring mee hebben.

Een veelgebruikte lijst met criteria voor het stellen van de diagnose ADHD ziet er als volgt uit:

Hyperactiviteit:

beweegt vaak onrustig met handen of voeten, of draait in de stoel
staat vaak op in de klas of andere situaties waar verwacht wordt dat het kind op zijn plaats blijft zitten, rent vaak rond of klimt overal op in situaties waarin dit ongepast is (bij jeugdigen kan dit beperkt zijn tot een innerlijk gevoel rusteloosheid beweegt vaak onrustig met handen of voeten, kan moeilijk rustig spelen of zich bezighouden met ontspannende activiteiten, is vaak in de weer of draaft maar door,
praat vaak aan een stuk door.

Impulsiviteit:

gooit het antwoord er vaak uit voordat de vragen zijn afgemaakt
heeft vaak moeite op haar/zijn beurt te wachten
verstoort vaak bezigheden van anderen of dringt zich op (mengt zich zomaar in gesprekken of spelletjes)
aandachtstekort:
slaagt er vaak niet in voldoende aandacht te geven aan details of maakt achteloos fouten in schoolwerk of bij andere activiteiten
heeft vaak moeite de aandacht bij taken of spel te houden
lijkt vaak niet te luisteren als hij/zij direct aangesproken wordt
volgt vaak de aanwijzingen niet op en slaagt er vaak niet in schoolwerk, en karweitjes af te maken
heeft vaak moeite met het organiseren van taken of activiteiten
vermijdt vaak, heeft een afkeer van of is onwillig zich bezig te houden met taken die een langdurige geestelijke inspanning vragen
raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of bezigheden
wordt gemakkelijk afgeleid door geluiden of bewegingen
is vaak vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden


ADEM

, staat voor de Engelse afkorting Acute Disseminated Encepahlomyelitis en is een ziekte met acute ontstekingen in de hersenen en ruggenmerg.

Het grote verschil tussen MS en ADEM is dat je ADEM maar een keer in je leven kan hebben en MS is een chronische ziekte. Er zijn echter wel uitzonderingen op deze regel.
Een duidelijk voorbeeld van ADEM is een vrouw van 30 jaar die bij de dokter komt met hoofdpijn, vervelende hoest en koorts, daarnaast heeft ze een dronkemanspraat. In de voorgeschiedenis van de vrouw is niks belangrijks te ontdekken. De neuroloog onderzoekt de mevrouw en vindt desoriëntatie, slaperigheid, dysenterie, forse reflexen en moeite met taal en rekenen. Op de MRI-scan zijn grote ontstekingsplekken te zien, die ook met gadolineum contrast te zien zijn. Ook het CSF werd onderzocht en dat had een zeer hoge druk, zeer veel cellen en een verhoogd eiwitten gehalte. De neuroloog kan dan aan verschillende dingen denken naast ADEM, namelijk embolie van het hart, vasculitis, metastasen of borrelia infectie (tekenbeet). Vervolgens is een hersenbiopt genomen en kleuringen op gedaan. De HE-kleuring liet zeer veel ontstekingen zien waarbij de myeline verdwenen was. Met de Bodian kleuring was duidelijk te zien dat de zenuwvezels nog intact waren.
Het klinische beeld van ADEM is als volgt:
• Enkele dagen tot 4 weken na infectie of vaccinatie
• Ontstaat in uren tot dag
• Maximale uitval na enkele dagen (neuritis optica, afasie, coördinatie stoornis,epileptische aanval, meningeale prikkeling)
• Koorts kan blijven
• Monofasisch
De MRI laat veel ontstekingsplekken in zowel de witte als de grijze stof zien, die vaak bilateraal, dus links en rechts zitten. Het beeld laat duidelijke ringen om de plekken zien. Dit is principe specifiek voor ADEM, maar kan soms ook bij MS te zien - zijn. Enkele ontstekingsplekken komen ook wel voor bij ADEM. Door deze uitzonderingen is het verschil met MS soms -moeilijk te maken.
ADEM komt vooral veel voor bij kinderen. Een voorbeeld is een 10 jarig jongetje met zwakte in de linker arm. Dit herstelde gelukkig na 3 maanden. Een ander voorbeeld was een vrouw van 47, waarvan de moeder MS heeft. Ze had last van een hemiparese, dat binnen een paar maanden herstelden. De vraag blijft of dit ADEM was, of MS dat zich niet verder heeft ontwikkeld.
De oorzaak van ADEM is nog onbekend. Wel wordt aangenomen dat het vooraf wordt gegaan door een infectie of vaccinatie. Hierbij is de gedachte dat een stukje van de bacterie of het virus (pathogene peptide) die de infectie veroorzaakt lijkt op een stukje myeline (myeline peptide). Daardoor gaat het lichaam niet alleen de bacterie of virus te lijf, maar ontstaat er ook een reactie tegen het eigen myeline. Er is een soort kruis reactie.
De pathogenen die mogelijk ADEM kunnen veroorzaken zijn onder andere:
-Virus: Rubella, EBV, HIV, Bof, Influenza, mazelen en verder
-Bacterie: Streptokokken en meer
-Vaccinatie

Een voorbeeld is een jongetje van 3 jaar met een parkinson beeld. Heet bleek dat hij een paar weken daarvoor een middenoor ontsteking had. Het idee is dan dat de streptokokken die de middenoor ontsteking veroorzaakt de trigger is om ADEM te ontwikkelen. Je kan niet zeggen dat deze streptokokken de veroorzaker is van ADEM.
Er zijn veel ziektes die hetzelfde klinische beeld geven als bij ADEM, bijvoorbeeld MS sarcoidose, metastase, meningo-encepahlomyelitis en vasculitis. Pas als deze ziektes zijn uitgesloten wordt de diagnose ADEM gesteld. Hiervoor gebruikt de neuroloog verschillende testen: CT scan, bloed-kweek, routine bloedonderzoek, MRI-scan, liquoronderzoek en hersenpunctie.
Als de diagnose ADEM is gesteld kan de behandeling beginnen. Dat kan uit verschillende dingen bestaan en is afhankelijk van het klinisch beeld van de individuele patiënt: vochtintake, behandeling van de infectie, behandeling van de epileptische insulten en beademing.
De standaard behandeling is 5 dagen methylprednison 500 mg. Een andere mogelijkheid is plasmaferese of IVIg.
De prognose voor patiënten met ADEM is dat 70-80% geen invaliditeit aan de ziekte over houdt. Vroeger ging ongeveer 20% van de patiënten met ADEM dood, maar door de verbeterde behandelingen is dat tegenwoordig veel lager. De prognose is sterk afhankelijk van de uitval op het acute moment.
In een onderzoek dat gepubliceerd is in Neurology in 2002 staan de bijzonderheden van ADEM bij kinderen:
Komt vaker voor bij jongens in een verhouding van 1,8:1
De gemiddelde leeftijd van de patiëntjes is 5 jaar
74% heeft voorafgaand een infectie doorgemaakt
69% heeft een stoornis van het bewegingssysteem
10% krijgt een tweede aanval na ongeveer 3 jaar
Het is geen MS
Er is geen mortaliteit
11% houdt restklachten
hierbij moet de opmerking geplaatst worden dat er geen cognitief onderzoek is uitgevoerd. Het is niet bekend hoeveel klachten de kinderen overhouden met bijvoorbeeld leren op school.
Het verschil tussen MS en ADEM is:
• Op de MRI-scan is bij ADEM ook grijze stof aangetast
• Het liquor laat bij ADEM geen oligoclonale banden zien, maar wel andere afwijkingen zoals een hoog eiwit gehalte
• Neuritis vind bij ADEM bilateraal plaats
• Myelitis is bij ADEM compleet
• De ziekte ADEM is niet progressief, terwijl MS dat meestal wel is
• Het herstel is bij ADEM snel

Informatie-brochures over ADEM zijn te bestellen bij het Nationaal MS Fonds. Deze brochures zijn gratis, behoudens de portokosten á € 0.39


Beroerte, wat is een beroerte

Er zijn twee types beroerte: de beroerte veroorzaakt door bloedstolsels in een slagader die de bloedtoevoer naar de hersenen blokkeert (ischemische beroerte) en de beroerte veroorzaakt door een bloeding in de hersenen (hersenbloeding). Circa 80% van alle beroertes zijn ischemisch.
De Wereldgezondheidsorganisatie schat dat meer dan 20 miljoen mensen over de hele wereld elk jaar getroffen worden door een beroerte.
Er worden meer vrouwen dan mannen getroffen door een beroerte.
Hoewel een beroerte op elke leeftijd kan ontstaan, is 70% van de mensen die een beroerte krijgen ouder dan 65.

Oorzaken
Een beroerte ontstaat als een deel van de bloedtoevoer naar de hersenen wordt onderbroken.

Ischemische beroerte (herseninfarct)
Cerebrale (hersen) trombose, de meest voorkomende type ischemische beroerte, doet zich voor als de bloedtoevoer naar de hersenen verstopt is door een bloedstolsel dat zich gevormd heeft in een slagader.
Cerebrale embolie doet zich voor als een stolsel dat zich gevormd heeft in een ander deel van het lichaam, bijvoorbeeld in hart of longen vast komt te zitten in een slagader die de hersenen van bloed voorziet. Daardoor wordt de bloedtoevoer naar de hersenen geblokkeerd.

Naar boven

Hemorragische beroerte (hersenbloeding)
Er is sprake van een hemorragische beroerte als een bloedvat in de hersenen lekt of scheurt.

Bij een hersenbloeding, lekt bloed uit de vaten in de hersenen en wordt het omliggende hersenweefsel beschadigd. De meest voorkomende oorzaak van een hersenbloeding is hoge bloeddruk.
Bij een subarachnoïdale bloeding is er een bloeding in de ruimte tussen de hersenen en de schedel. Een gescheurde vat, aneurysma (abnormale verwijding of opbolling in de wand van een slagader) is de meest voorkomende oorzaak van een subarachnoïdale bloeding.
Een scheuring van een arterioveneuze malformatie (AVM) (een bundel abnormale bloedvaten in de hersenen) kan ook een hersen- of subarachnoïdale bloeding veroorzaken.

Risicofactoren die de kans op een beroerte vergroten zijn:

Hoge bloeddruk
Roken
Diabetes (suikerziekte)
Halsslagadervernauwing (vernauwing van de belangrijkst bloedvaten naar de hersenen)
Perifere slagaderziekte (vernauwing van de bloedvaten die de armen en benen voorzien van bloed)
Atriumfibrilleren (een aandoening waarbij de bovenste hartkamers (atria) snel en onregelmatig kloppen). Bloed wordt niet volledig uit de atria gepompt en het kan stil blijven staan en een stolsel vormen. Als een stolsel in de bloedbaan naar de hersenen terecht komt kan dit een beroerte veroorzaken
Hogere leeftijd
Mannen hebben een hoger risico
Familievoorgeschiedenis van beroerte
Eerdere beroerte of hartaanval
Overmatig gebruik van alcohol
Stress
Gebruik van bepaalde anticonceptiepillen
Gebruik van sommige drugs

Symptomen
De waarschuwingssignalen van een beroerte zijn onder meer:

Een plotse gevoelloosheid of zwakte in gezicht, arm of been vooral aan één kant van het lichaam
Plotseling optredende zware hoofdpijn van onbekende oorzaak
Plotselinge verwardheid, problemen met spreken of verstaan
Plotse zichtproblemen in één of beide ogen
Plotse problemen met lopen, duizeligheid of verlies van evenwicht
Elk van de bovenstaande tekenen kan slechts tijdelijk zijn, niet meer dan enkele minuten duren en te wijten zijn aan een mini-beroerte ook wel transiënte ischemische aanval (TIA) genoemd. Er is sprake van een TIA als de bloedtoevoer naar de hersenen tijdelijk is onderbroken. De meeste TIA's duren minder dan 5 minuten en vertonen symptomen die aan een beroerte doen denken, maar veroorzaken geen blijvende schade. Circa 1 op de 3 mensen die een TIA krijgen, krijgt later een beroerte.
Als uzelf of iemand die u kent, één van de bovenstaande symptomen heeft, moet u onmiddellijk medische hulp inroepen. Succesvolle behandeling van een beroerte hangt af van de snelheid van behandelen. Hoe sneller u behandeld wordt, des te meer kans u heeft om eventuele schade aan uw hersenen te beperken.

Verlamming of zwakheid aan één kant van het lichaam komt vaak voor. Iemand die een beroerte gehad heeft kan spontaan in huilen uitbarsten of onbedaarlijk lachen zonder aanwijsbare reden. Depressie en stemmingswisselingen komen vaak voor bij mensen die een beroerte hebben gehad. Een beroerte kan van invloed zijn op de spieren die worden gebruikt bij het spreken en daardoor kan men onduidelijk gaan spreken en moeilijk te verstaan zijn. Een beroerte kan ook iemands vermogen aantasten om te articuleren en om te begrijpen wat er gezegd wordt. Een beroerte kan ook van invloed zijn op het lees- en schrijfvermogen, dit wordt afasie genoemd. Kauwen en doorslikken van voedsel kan ook moeilijk zijn. Dit heet dysfagie en dit kan vóórkomen als de spieren aan de ene kant van de mond zijn verzwakt.
Succesvol behandelen van een beroerte hangt af van snel handelen; des te eerder een patiënt medische zorg krijgt, des te groter de kans die zij hebben de schade aan hun hersenen en de effecten op de lange termijn te beperken. Mensen die een beroerte gehad hebben, hebben vaak ingewikkelde revalidatiebehoeften en de kans op vooruitgang en herstel zijn voor iedereen anders. Hoewel het merendeel van de functionele vaardigheden spoedig na een beroerte kan herstellen, kan het herstel maanden of zelfs jaren duren.
Alhoewel revalidatie de gevolgen van een beroerte niet ongedaan kan maken, kan het de blijvende gevolgen van een beroerte minimaliseren door u te helpen uw kracht, vermogen en zelfvertrouwen weer op te bouwen, zodat u uw dagelijkse activiteiten weer kunt hervatten op de best mogelijke manier. In de meeste gevallen, is er bij een beroerte sprake van een aanzienlijke mate van herstel van de symptomen in het begin. Mensen die een beroerte hebben gehad kunnen verbetering van hun symptomen blijven waarnemen tot twee jaar na hun beroerte.

Beroerte en het leven erna

Als u een beroerte hebt gehad, speelt revalidatie een zeer belangrijke rol in uw herstel. Het doel van revalidatie is u te helpen zo onafhankelijk mogelijk te functioneren. Revalidatie begint als u nog in het ziekenhuis herstelt van uw beroerte en dit kan nog weken of maanden doorgaan, afhankelijk van hoe zwaar uw beroerte was en uw specifieke behoeften. Als u risico loopt een beroerte te krijgen, kunt u een aantal veranderingen aanbrengen in uw levensstijl die dit risico kunnen verkleinen.

Stoppen met roken
Als u rookt neemt het risico op een nieuwe beroerte aanzienlijk toe, dus is het van belang dat u stopt. Passief roken kan dit risico ook verhogen, dus moet u rokerige bars en restaurants mijden. Uw arts kan advies geven over programma's en producten die u helpen te stoppen met roken.

Eet gezond
Als u zich houdt aan een gevarieerd en gezond eetgedrag, helpt dit om het risico van een hoge bloeddruk, een hoog cholesterol, diabetes (suikerziekte), hartziekte en beroerte te verminderen. Uw voeding moet onder meer bestaan uit veel fruit, bladgroente, ruwe granen en vezelrijke voedingsmiddelen met weinig vet.
Probeer vet voedsel te vermijden, omdat dit bijdraagt aan atherosclerose (vernauwing van de slagaders door de afzetting en ophoping van cholesterol op de wanden van de slagaders), een van de voornaamste oorzaken van een hoge bloeddruk. Teveel zout in de voeding kan een hoge bloeddruk veroorzaken dus moet u proberen om uw inname van zout te beperken. Geadviseerd wordt de inname van zout te beperken tot maximaal 2,4 gram oftewel één theelepel per dag. Houd er rekening mee dat er aan veel voedingsmiddelen zout is toegevoegd. Uw arts kan u advies geven over een gezond eetpatroon.

Zorg voor een gezond gewicht
Uw gezonde gewicht wordt bepaald door diverse factoren, waaronder uw aanleg, voeding en lichamelijk activiteit. Uw arts controleert de afmetingen van uw lichaam door uw gewicht en lengte te meten en daaruit uw Body Mass Index (BMI) te berekenen. Onderzoek heeft aangetoond dat mensen binnen bepaalde waarden in het algemeen langer leven en tijdens hun leven gezonder zijn.
De Wereldgezondheidsorganisatie definieert overgewicht als een BMI van minstens 25 en zwaarlijvigheid als een BMI van minstens 30. Als uw BMI hoger is dan de gezonde waarden, wordt het risico op een aantal ernstig medische aandoeningen, waaronder een beroerte, verhoogd.
Als u overgewicht heeft is het van belang dat u probeert af te vallen. Uw arts kan u advies geven over het type dieet en een trainings/bewegingsschema dat voor u geschikt is.

Neem regelmatig lichaamsbeweging
Als u lichamelijk niet actief bent, kan dit het risico op een beroerte verhogen. Regelmatige lichaamsbeweging kan uw risico op een beroerte aanmerkelijk verminderen. Naast dat het u helpt bij het afvallen en dat uw conditie erdoor verbetert, wordt uw bloeddruk erdoor verlaagd, verlaagt het uw hartslag in rust en verlaagt het de druk op de wanden van uw slagaderen. Uw arts of verpleegkundige kunnen u advies geven over het type lichaamsoefeningen dat voor u geschikt is.

Beperk uw alcoholgebruik
Sommige onderzoeken hebben aangetoond dat matig gebruik van alcohol het risico op een beroerte werkelijk kan verminderen. Mensen die echter stevig drinken lopen een grotere kans op een beroerte, ongeacht hun leeftijd. Het is belangrijk uw alcoholconsumptie te beperken, vooral als u al een beroerte hebt gehad of medicijnen inneemt. Uw arts kan u adviseren hoe veel u zonder gevaar kunt drinken.

Laat uw bloeddruk regelmatig controleren
Hoge bloeddruk is de belangrijkste risicofactor voor een beroerte, dus is het belangrijk dat u uw bloeddruk regelmatig laat controleren. Hoge bloeddruk onder controle houden kan het risico van een beroerte aanzienlijk beperken. Een gezond voedingspatroon zorgt voor een gezond gewicht en kan helpen bij de regeling van uw bloeddruk. Uw arts kan u ook geneesmiddelen voorschrijven waarmee u uw bloeddruk onder controle kunt houden.

Laat regelmatig cholesterolwaarden controleren
Hoog cholesterol draagt bij aan atherosclerose. Vernauwde slagaderen raken eerder verstopt en kunnen zo een hartaanval of beroerte veroorzaken. Hoge spiegels LDL-cholesterol (slecht cholesterol) verhogen direct het risico op een beroerte bij mensen met een voorgeschiedenis van kransslagaderaandoening, beroerte of transiënte ischemische aanval (TIA). Als het cholesterol in uw bloed boven normaal ligt, helpt een gezond voedingspatroon mee om dit te verlagen. Uw arts kan u ook geneesmiddelen voorschrijven waarmee u uw cholesterol kunt verlagen.

Houd uw diabetes onder controle
Als u diabetes (suikerziekte)hebt, loopt u een hoger risico om een beroerte te krijgen. Als u daarnaast overgewicht heeft of hoge bloeddruk of hoog cholesterol in uw bloed, is dit risico nog groter. Het is belangrijk dat u met uw arts blijft werken aan de behandeling van uw diabetes en het verminderen van uw andere risicofactoren voor een beroerte.

Zaken die hiermee verband houden:

Werk
Sommige mensen die een beroerte hebben gehad kunnen hun werk weer hervatten. Dit is echter afhankelijk van het type en de zwaarte van uw beroerte, hoe goed u hersteld bent en de aard van uw werkzaamheden. Uw arts zal u vertellen wanneer zij het verantwoord vindt dat u weer aan het werk gaat.

Seks
Veel mensen die een beroerte hebben gehad, kunnen verder seksueel actief blijven. Een beroerte kan echter fysieke en emotionele veranderingen met zich meebrengen die invloed hebben op uw seksleven, afhankelijk van het getroffen hersengebied. Zwakheid of verlamming, verlies van gevoel en spraakproblemen kunnen allemaal een bevredigend seksleven in de weg staan. Als de seksuele relatie met uw partner hierdoor wordt beïnvloed of als u vragen heeft over seksuele activiteit, hoeft u zich niet schamen om uw problemen met uw arts te bespreken.

Risico op nieuwe beroertes
Als u een beroerte hebt gehad, loopt u een hoger risico op een nieuwe beroerte dan iemand die geen beroerte heeft gehad. Als u echter stappen neemt om uw risicofactoren te beperken, door bijvoorbeeld te stoppen met roken of een hoge bloeddruk te verlagen, helpt dit mee om dit risico te verkleinen. Uw arts kan u geneesmiddelen voorschrijven die u helpen het risico te verkleinen dat u opnieuw een beroerte krijgt. Het is belangrijk dat u doorgaat met het gebruik van deze medicijnen zoals voorgeschreven door uw arts.

Pijnbehandeling
Sommige patiënten met een beroerte krijgen zenuwpijn na een beroerte, die op hetzelfde moment als de beroerte kan beginnen, maar in bepaalde gevallen ook 3 of 4 maanden na de beroerte kan beginnen. Pijn na de beroerte is een brandend soort pijn, ofschoon het ook soms een voortdurende of kloppende pijn kan zijn, die wordt gevoeld in een gedeelte of in het gehele gebied getroffen door de beroerte. Er zijn verschillende geneesmiddelen beschikbaar om dit type pijn te bestrijden.

Autorijden
Hoewel sommige mensen weer auto kunnen gaan rijden als zij volledig hersteld zijn van een beroerte,
zullen sommige mensen helaas geen auto meer kunnen rijden.
Dit komt omdat een beroerte dingen kan beinvloeden zoals: gezichtsvermogen, coördinatie, beweging van armen en benen, kracht, evenwicht, reactietijd, concentratie, snelheid van denken, geheugen en ruimtelijk inzicht (waar voorwerpen zich bevinden in relatie tot elkaar).
Elk van deze handicaps kan autorijden onveilig maken.
Als u een beroerte of een TIA heeft gehad moet u uw arts om advies vragen en moet u het bureau afgifte rijvaardigheidsbewijzen en verzekeringsmaatschappij hiervan op de hoogte stellen.

Spraaktherapie
Spraak- en taalproblemen komen voor als er schade is aangericht in de taalcentra van de hersenen. Werken met een logopedist zal u helpen uw taalvaardigheden te verbeteren, andere communicatiemethoden te gebruiken of vaardigheden te verwerven waardoor u leert te leven met de frustratie van niet volledig te kunnen communiceren. Veel mensen krijgen na een beroerte het grootste deel, zoniet hun hele taal- en spraakvermogen terug


Coma

Wat is coma?
Coma, bewusteloosheid, wordt veroorzaakt doordat een deel van de hersenen niet werkt, of niet voldoende werkt (dit noemt men een functiestoornis van de hersenen). Zo'n functiestoornis wordt bijvoorbeeld veroorzaak door:
een (verkeers)ongeval
een hersenbloeding of herseninfarct
een ziekte van de hersenen, bijvoorbeeld infectie
een vergiftiging
zuurstofgebrek, bijvoorbeeld na een hartinfarct
vochtophoping in de hersenen (bijvoorbeeld na een operatie aan het hoofd)
Het beginstadium van een coma noemen we de acute fase, de patiënt ligt dan in een diep coma. Iemand die in een diep coma ligt heeft de ogen gesloten, maakt nauwelijks of geen bewegingen, moet kunstmatig gevoed worden (met sonde en infuus), wordt soms kunstmatig beademd en reageert niet op aanspreken of op pijn. Het lijkt of iemand dag en nacht heel diep slaapt. Het is niet zo dat coma op zich verdere schade aan de hersenen veroorzaakt. Het verloop van coma is bij iedere patiënt anders, daarom is het moeilijk om hier in het algemeen iets over te zeggen.

Duur van een coma
Niemand, ook de arts niet, kan zeggen hoe lang het coma gaat duren. Er zijn drie mogelijkheden:
de patiënt komt langzamerhand uit het diepe coma steeds meer bij bewustzijn, totdat hij wakker is. Er wordt aangenomen dat een diep coma maximaal 2 maanden duurt.
het diepe coma kan overgaan in een coma vigil (zie verderop).
de toestand van de patiënt kan zodanig achteruit gaan dat hij komt te overlijden.
Komt het ooit weer goed?
Het is moeilijk hier een precies antwoord op te geven. Coma is een gevolg van functiestoornissen van de hersenen. Andere gevolgen van deze functiestoornissen kunnen zijn: verlammingen, spasmen (te hoge spanning van de spieren), onregelmatige ademhaling. In hoeverre de patiënt weer de oude wordt is niet te voorspellen. Het herstel kan lange tijd duren. Soms is er blijvende lichamelijke en/of geestelijke invaliditeit. Tevens kan er een karakterverandering optreden. In het algemeen is te stellen dat hoe langer een coma duurt, hoe groter de kans op blijvende gevolgen is.
Hoe merk ik dat hij wakker wordt?
De patiënt gaat reageren op bijvoorbeeld licht, geluid en pijn. Hij doet de ogen open, gaat soms meer bewegen, probeert opdrachten uit te voeren, herkent bekenden en omgeving. Vaak kan hij niet meteen weer praten.
Kan hij mij horen en/of zien?
Hierover verschillen de meningen. Het feit dat de patiënt de ogen open heeft en rondkijkt, wil niet zeggen dat hij iets ziet en herkent. Hetzelfde geldt voor horen. Maar het is niet altijd te merken of een patiënt geluiden hoort. Daarom moet u er eigenlijk van uitgaan dat hij u wel verstaat en begrijpt, ook al weet u dat niet zeker. U moet dus voorzichtig zijn met wat u zegt.
Kan hij bewegen?
In de acute fase meestal niet. Later ontstaan er vaak ongecontroleerde of krampachtige bewegingen, ook wel spastische bewegingen genoemd. Deze bewegingen zijn niet bewust, de patiënt kan ze dus niet sturen.
Heeft hij pijn?
In het acute stadium over het algemeen niet. De patiënt reageert niet op het geven van pijnprikkels, zoals bijvoorbeeld knijpen. Later voelt hij het wel als je hem pijn doet, dit is ook aan hem te merken doordat hij bijvoorbeeld een pijnlijk gezicht trekt, transpireert of geluid maakt. Dit wil niet zeggen dat de patiënt constant pijn voelt. Het coma zelf is niet pijnlijk.
Heeft hij verdriet?
We weten niet of de patiënt verdriet heeft. Soms huilt een patiënt heel veel en ongeremd, dit noemen we dwanghuilen. Men kan dit een overdreven reactie op een gebeurtenis noemen, die grotendeels onbewust is. Voor de familie is dit vaak heel moeilijk, omdat de patiënt meestal ontroostbaar is.
Wat is coma vigil?
Coma vigil wordt ook wel genoemd chronisch coma, prolonged coma, coma depassé, vegeterend bestaan. Men praat van een coma vigil, wanneer een deel van de lichaamsfuncties weer teruggekomen is. De patiënt opent bijvoorbeeld de ogen weer, maakt kauwbewegingen, slik, geeuwt. Hij heeft weer een dag/nachtritme, maakt ook ongecontroleerde bewegingen. Er is geen sprake van herkenning van bekenden of van de omgeving. Men kan met de patiënt geen gesprek voeren, hij geeft geen antwoord en voert geen opdrachten uit. Voor de familie is het heel moeilijk te begrijpen en te accepteren dat het meeste wat de patiënt doet slechts reflexmatig gebeurt. Deze toestand kan lang duren, soms wel jaren.
Wat kan ik voor hem doen?
laten voelen dat u er bent, bijvoorbeeld hand vasthouden.
tegen de patiënt praten, bijvoorbeeld over thuis vertellen, over verenigingswerk, nieuwtjes, enz.
niet met anderen over de patiënt praten waar hij bij is (omdat hij u misschien kan horen).
vertellen wat u gaat doen, bijvoorbeeld komen, wassen, haren kammen, weggaan.
lievelingsmuziek laten horen, eigen spulletjes meenemen.
foto's meenemen van de patiënt en zijn familie.
regelmaat inbouwen, vaste tijd van wassen, bezoek, therapie, enz.
na de acute fase mag u vaak helpen bij de verzorging van de patiënt (in overleg met de verpleging)
Waar gesproken wordt van patiënt en hij, wordt ook patiënte en zij bedoeld.
bovenstaande informatie is afkomstig van: Neurochirurgie-zwolle


Cardiovasculaire aandoeningen

Cardiovasculaire aandoeningen worden veroorzaakt door vernauwing van de bloedvaten. Vernauwingen van de kransslagaders (dit zijn de slagaders die kransvormig rond het hart lopen) verminderen de bloedtoevoer naar het hart en kunnen, voornamelijk tijdens inspanningen pijn in de borststreek tot gevolg hebben. Indien een of meerdere bloedvaten volledig verstopt raken stopt de bloedtoevoer naar een deel van het hart en wordt dit deel van het hart beschadigd. In dit geval spreekt men van een hartaanval. Het deel van de hartspier dat geen bloed meer ontvangt sterft na enkele uren af en wordt een lidteken dat niet meer aan de pompende werking van het hart kan deelnemen. Indien grote delen van het hart niet doorbloed worden kan dit de dood tot gevolg hebben.

Het dichtslibben van de bloedvaten is een proces van jaren. De afzetting op de wanden van de bloedvaten bestaat uit verschillende substanties. Cholesterol en kleine bloedklontertjes maken er deel van uit. Een hoog cholesterolgehalte in het bloed versnelt de vernauwing van de bloedvaten.

Factoren die het ontstaan van cardiovasculaire aandoeningen kunnen beïnvloeden zijn:

Het dieet
Roken
Hoge bloeddruk

Voeding en hart- en vaatziekten
Cholesterol is een type vet dat essentieel is voor de goede werking van het lichaam. Cholesterol wordt aangemaakt in de lever en wordt eveneens rechtstreeks aangebracht via de voeding. Het bloed vervoert de cholesterol doorheen het lichaam. Hoge cholesterolgehaltes in het bloed verhogen de kans op hart- en vaatziekten. Het gehalte cholesterol in het bloed is afhankelijk van genetische factoren en van het vetgehalte en het type vet in het voedingspatroon.

Vetrijke voeding rijk aan bepaalde verzadigde vetten doet het cholesterolgehalte in het bloed stijgen. Onverzadigde vetten zouden een gunstig effect op het cholesterolgehalte hebben.

Uit studies is eveneens gebleken dat onoplosbare vezels een cholesterolverlagend effect hebben. Antioxidanten (zoals vitamine C, carotenoïden en vitamine E) zou het neerslaan van de cholesterol op de wanden van de bloedvaten in zekere mate verhinderen.

Bloeddruk en hart- en vaatziekten
Een hoge bloeddruk verhoogt de kans op hart- en vaatziekten. Een verhoogde bloeddruk kan worden veroorzaakt door:

Overgewicht
Hoge alcoholconsumptie
Te weinig lichaamsbeweging
Roken
Overmatig zoutgebruik

bronvermelding:http://www.alimentationinfo.org/ned/gezondhE2.htm


De ziekte van Creutzfeld Jacob



Door het verlies van zenuwcellen, ontstaan in de hersenen in een snel tempo sponsachtige holten. De aftakeling van de hersenen wordt veroorzaakt door een eiwit dat door nog onbekende oorzaak in de hersenen wordt aangemaakt. Het eiwit besmet de hersenen. Besmetting vindt plaats doordat (hersen)weefsel van een patiënt in nauw contact komt met weefsel van een gezond persoon. Dit is bijvoorbeeld voorgekomen na een hoornvliestransplantatie met hoornvlies van een Creutzfeld-Jacobpatiënt. Ook bij hersenoperaties wordt de ziekte soms overgedragen. Dergelijke besmettingen zijn echter zeer zeldzaam. Dit leidt in één à twee jaar tijd tot de dood. De ziekte is verwant met veterinaire ziekten zoals BSE of de gekke-koeienziekte en scrapie bij schapen en geiten. Het is een actuele vorm van dementie. Deze ziekte was daarvóór (± 1995) ook al wel bekend maar kwam nog zelden voor. De reden dat deze ziekte zo in de actualiteit is gekomen heeft te maken met het gegeven dat CJ er sinds de negentiger jaren een nieuwe variant bij heeft gekregen, namelijk de variant die mogelijk wordt veroorzaakt door het eten van het vlees van runderen, de zogenaamde BSE-variant.
CJ behoort bij een groep aandoeningen die ook wel wordt aangeduid met: subacute overdraagbare spongiforme encefalopatieën (RSE's). Deze worden ook wel prionziekten genoemd. De eerste naam verwijst naar de twee hoofdkenmerken van deze aandoeningen: sponsachtige letsels in de grijze hersenstof en overdraagbaarheid op dieren bij experimenteel onderzoek. De term "prionziekte" geeft aan dat er in het centrale zenuwstelsel een opeenhoping van een abnormale vorm van een eiwit is, ook wel "prionproteïne" (PrP) genoemd.


Enige cijfers
Eind 1997
Verenigd Koninkrijk: 24 geregistreerde mensen met de nieuwe variant van CJ tegenover 1 in Frankrijk.
Van october 1996 tot december 2000 zijn er 87 geregistreerde gevallen in het Verenigd Koninkrijk, 3 in Frankrijk en 1 in de Ierse Republiek.
In 2002 stierven in het Verenigd Koninkrijk 17 mensen aan een variant van de ziekte van Creutzfeld-Jakob, tegen 20 in 2001 en 28 in 2000. Uit statistische analyse blijkt dat de stijging die de voorbije jaren werd vastgesteld, aan het vertragen is.
Onderzoekers ontwikkelden onlangs een snelle diagnosemethode, terwijl anderen op het spoor zitten van antilichamen die de voortgang van de ziekte tegenhouden.
De ziekte van Creutzfeld-Jakob heeft te maken met de verspreiding in het zenuwweefsel van een abnormaal eiwit, het prion, wat neurodegeneratieve stoornissen veroorzaakt die momenteel nog niet kunnen worden behandeld.
Een team heeft onlangs een antilichaam ontdekt dat de innesteling van het prion kan verhinderen. Uit dierenproeven blijkt immers dat deze monoklonale antilichamen de replicatie (copie) van het prion (bepaald eiwit) afremmen en de ontwikkeling van spongiforme encefalopathie (sponsachtig weefsel in de hersenen dat letsel oploopt) vertragen. Deze resultaten zijn bemoedigend, want ze laten veronderstellen dat immuuntherapie de voortgang van de ziekte zou kunnen tegengaan.

Vormen van Creutzfeld-Jacob
In hoofdzaak bestaan er nu 4 vormen van CJ: de sporadische (zelden voorkomende) vorm, de familiale (erfelijke, binnen één familie voorkomend) vorm, de iatrogene vorm (ontstaan door foutieve medische handelingen) en de BSE-variant. De laatste vorm, ofwel de variante vorm, is in 1996 beschreven in Engeland en Frankrijk waarbij de kenmerken wijzen op een gemeenschappelijke besmettingsbron. Waarschijnlijk hierbij is overdracht door een stof, in staat een chemische of biologische reaktie op te wekken (agens), van de runderziekte BSE op de mens.

1. De sporadische vorm:
De sporadische vorm: de oorzaak hiervan is onbekend, maar komt meestal voor na de leeftijd van 50 jaar en kent een snel ziekteverloop.

Deze komt ongeveer 1 op 1 miljoen mensen (1:1000000 mensen per jaar) per jaar voor. De gemiddelde leeftijd waarbij deze ziekte voorkomt is 60 jaar waarbij 73 % ouder is dan 60 en 3 % jonger dan 30 jaar. De ziekte heeft een dodelijke afloop. 90 % van de patienten overlijdt tussen 6 en 12 maanden na de eerste symptomen. Aanvankelijk is er een geleidelijke achteruitgang van de intellectuele vermogens (geheugen, oordeelsvermogen, gedrag enz.). Deze achteruitgang gaat steeds sneller naar een diepe vorm van dementie. Het verloop van de ziekte gaat verder gepaard met steeds onregelmatiger en ongecontroleerder wordende bewegingen, spraakstoornissen, chronische spiersamentrekkingen welke eerst met tussenpozen maar uiteindelijk constant optredend, verschillende vormen van spasmen en vormen van epileptische insulten. De ziekte verloopt altijd van mutisme (niet meer kunnen horen, zien, spreken) naar coma naar overlijden.

2. De erfelijke vorm:
Hierbij is sprake van overerving van de ziekte van vader/moeder op kind (de oorzaak hiervan is een mutatie in het PrP-gen). De ziekte begint vaak op jongere leeftijd, tussen 34 en 50 jaar. Het verloop duurt langer dan bij de sporadische vorm. De symptomen zijn verder vrijwel bijna gelijk aan die van de sporadische vorm, maar het ziekteproces verloopt trager.

3. De iatrogene vorm:
Hierbij is sprake van besmetting van mens op mens. Deze vorm is zeldzaam maar mogelijk. Besmettingsvormen hierbij zijn b.v. hoornvliesoverplantingen, neurochirurchische ingrepen, het in de hersens inplanten van elektroden voor het maken van een EEG en de behandeling met b.v. menselijke groeihormonen.
De incubatietijd (tijd tussen besmetting en daadwerkelijk optreden van de ziekte) is afhankelijk van de wijze van besmetting. Bij rechtsstreekse besmetting in de hersenen (door b.v. neurochirurchische ingrepen) bedraagt deze 18 tot 28 maanden. Bij indirecte besmetting (b.v. groeihormonen) is deze 4-21 jaar.
Ook hierbij kun je stellen dat de symptomen hetzelfde zijn als bij de vorige twee vormen.

4. De nieuwe variant van CJ (BSE-variant):
Nieuwe variant: veroorzaakt door blootstelling aan BSE. Vlees dat besmet is met de gekkekoeienziekte kan bij mensen vermoedelijk de dodelijke hersenziekte Creutzfeld-Jakob veroorzaken. Over de overdracht van dier naar mens en het verloop is nog veel onduidelijk. De gemiddelde leeftijd waarop de ziekte ontstaat is 29 jaar, welke dus lager is dan bij de andere vormen. Ze kent ook een langer verloop, van 7,5 tot 22.5 maanden (gemiddeld 12 maanden). De eerste symptomen zijn van psychiatrische aard (veranderingen in gedrag en persoonlijkheid, stoornissen in de gemoedsgesteldheid en geheugenstoornissen). De chronische spierspasmen en typisch demente verschijnselen treden pas in een later stadium op. Alle tot dusver overleden patienten vertoonden bovendien dezelfde antistoffen in het lichaam.

Symptomen
De symptomen komen sluiperdewijs naar voren. De eerste symptomen (na een incubatietijd van waarschijnlijk 10 tot 30 jaar) zijn vermoeidheid, vergeetachtigheid, gedragsveranderingen, moeilijkheden met coordineren van bewegingen, het geheugen gaat steeds verder achteruit, stoornissen in het gevoel, beven en onwillekeurige spiertrekkingen, fysiek ongemak, slapeloosheid, verlies van eetlust en het onvermogen om zich te concentreren. Naarmate de ziekte zich verder ontwikkelt, nemen het geheugenverlies toe en andere componenten van het geestelijk vermogen snel af. De patiënt krijgt in toenemende mate last van spiertrekkingen. Dergelijke spiertrekkingen kunnen worden uitgelokt door bijvoorbeeld een geluid of aanraking. Typerend is het voorkomen van hallucinaties en waanideeën. In tegenstelling tot de ziekte van Alzheimer kent de ziekte van Creutzfeld-Jacob een snel verloop.

Diagnose
De klachten van de patiënt vormen een belangrijke sleutel voor de diagnose. Ook een EEG is onmisbaar om de diagnose te kunnen stellen. De arts zal bovendien een CT-scan en een MRI van de hersenen laten maken om andere oorzaken uit te sluiten.

Behandeling
Er bestaat vooralsnog geen afdoende behandeling voor deze dodelijke hersenziekte. De arts kan alleen medicijnen voorschrijven om bepaalde klachten (spiertrekkingen en dergelijke) te verminderen.

Maatregelen
De ziekte is overdraagbaar door transplantatie van zenuwweefsel en door besmet instrumentarium in ziekenhuizen, voornamelijk bij neurochirurgische operaties. Sinds kort bestaat het vermoeden dat de ziekte ook via bloed kan worden overgedragen. Nederland heeft de afgelopen jaren een aantal maatregelen ingevoerd om het risico op overdracht via bloed te minimaliseren:

* per 1 september 2001: het verwijderen van witte bloedcellen uit alle bloedproducten (Algehele Leukocyten Depletie)
* per 1 november 2001: het uitsluiten van donoren die tussen 1980 en 1996 langer dan zes maanden in het Verenigd Koninkrijk verbleven.
* per 1 februari 2005: het uitsluiten van bloeddonoren die zelf een bloedtransfusie hebben ontvangen na 1 januari 1980.

Oorzaak van het krijgen van vCJD wordt gezocht in het eten van besmet rundvlees in het verleden.

Naar een vroegtijdige diagnose?
Er zijn berichten dat de ziekte CJ kan worden opgespoord via de neusharen, het is nog wachten op bevestiging van dit vermoeden. Zou de veronderstelling gestaafd worden en juist blijken dan zou er een gemakkelijk middel zijn om de diagnose CJ vast te stellen en de diagnsticering zou ook veel sneller gaan. En in met dit ziektebeeld is tijd winst.
Prions zouden dan dus aanwezig zijn in de hersenbanen die verantwoordelijk zijn voor de reukzin, en dat het prion dat deze aandoening veroorzaakt, niet doordringt via het maagdarmkanaal, maar via de zenuwbanen van het ademhalingsstelsel. Wimpers en het slijmvlies waarin de wimpers zitten vastgehecht bevatten deze prions, maar het ademhalingsepitheel (huidlaag van het ademhalingsstelsel) niet.


http://home.planet.nl/~otten407/creutzfeld.htm
http://www.serviceapotheek.nl/ziektebeelden/index.asp?ziekteId=140
http://www.btsg.nl/nieuws/Creutzfeldt-Jacob%20en%20BSE.html
http://www.e-gezondheid.be/nl/tildschrift_gezondheid/sante_gezondheid_ziekten/Creutzfeld_Jacob_vooruitgang_in_strijd_tegen_BSE-4250-945-art.htm


Dyscalculie <



Betekenis woord
Het woord dyscalculie komt uit het Grieks en Latijn betekent: slecht kunnen rekenen.
Het Griekse voorvoegsel 'dys' betekent 'slecht'. 'Calculie' komt van het Latijnse 'calculare', dat 'rekenen' betekent. Dat woord 'calculare' komt weer van 'calculus', dat 'kiezelsteen' betekent of 'steentje' op het rekenbord.

Wat is dyscalculie
Dyscalculie is een rekenstoornis. Ze gaat meestal samen met een aantal andere beperkingen zoals: ruimtelijk inzicht, klokkijken, slechter geheugen, spellingsproblemen, gebrek aan inzicht. Mensen met dyscalculie komen voor de rest wel mee op de school en andere gebieden van het leven. Ze vallen regelmatig terug op hun taalvermogen. Er is pas sprake van dyscalculie als er een discrepantie bestaat tussen rekenprestaties en prestaties op andere leergebieden. (Kijk op het rapport voor de cijfers....)

Wie heeft dyscalculie
Het lijkt erop dat het een aangeboren erfelijke stoornis is, met een neurologische achtergrond.
Met andere woorden: er is nog iemand in de familie met deze stoornis. Ongeveer 5 of 6% van de kinderen op school heeft een vorm van dyscalculie. Ze zijn even intelligent als ieder ander.

Moeite met het automatiseren en de gevolgen
Net als bij leren lezen moeten er dingen geautomatiseerd worden. Allereerst wat is automatiseren? Automatiseren berust op het maken van afspraken. Dit teken + betekent en of samenvoegen. Dit is een afspraak die we hebben gemaakt met elkaar, geleerd, onthouden en we weten niet beter. We weten niet beter betekent: het is geautomatiseerd. Bij het lezen kennen we dit ook bij de klank-letter koppeling. Een welke klank wordt weergegeven in welke letter? Het gaat ook snel en zonder dat het proces verstoord kan worden uit het lange termijn geheugen opdiepen. Ook als we even niet opletten of zenuwachtig zijn weten we nog steeds dat een + optellen betekent. We hoeven er niet meer echt bij na te denken, waardoor we onze aandacht kunnen besteden aan andere zaken, zoals bij lezen en rekenen het begrijpen en het inzicht. Bij uitleg over automatisering wordt altijd de vergelijking gemaakt met autorijden. In het begin heeft iemand er alle aandacht bij nodig. Wanneer na oefening het proces is geautomatiseerd kan iemand bij het autorijden zijn aandacht besteden aan tal van andere zaken.

Bij kinderen (en volwassenen) met dyslexie of dyscalculie voltrekt dit proces van automatisering zich veel langzamer of bijna niet. Bij hen gaat de uitvoering van de basisvaardigheden veel langzamer en het kost ook veel meer energie. Verlengde tijd of vermindering van opgaven is voor hen dus geen luxe, maar een eerlijk antwoord op de handicap.

Deze handicap zie je bijvoorbeeld ook terug bij het leren notenlezen. Hoeveel tellen zitten er in een maat, waar staat de rust, hoeveel tellen heeft de rust. Als de maat al half gevuld is, hoeveel tellen passen er nog in? (Vul voor de grap eens het woord uur of minuut in en je krijgt dezelfde uitkomsten)

- meer tijd nodig hadden
- tweemaal zoveel fouten maakten
- eenvoudiger oplossingsstrategieën toepasten dan de kinderen zonder dyscalculie, wanneer ze zelf korte muziekstukjes moesten samenstellen

Het maken van sommen duurt veel langer en dat betekent voor een kind vaak doorwerken in de pauze, in de vakantie, achterliggen op de rest van de klas. Voor het maken van calculaire bewerkingen wordt erg samengewerkt met het kortetermijngeheugen. Een onthouden, vermenigvuldigen enzovoorts. Een manco aan het kortetermijngeheugen kan zich dus uiten in rekenproblemen. Zo raken kinderen met dyscalculie makkelijk de draad kwijt tijdens het maken van een som. Eenvoudige sommetjes die andere kinderen uit hun hoofd weten, moeten ze vaak nog uitrekenen. Ook begrijpen ze de instructie van de leerkracht vaak niet zo vlot.
Kortom het zorgt voor veel frustraties. Dat veroorzaakt ontwijkingsgedrag: sommige kinderen willen niet rekenen. Boodschappen doen is een naar klusje, tenzij ze een afgepast bedrag meekrijgen.
Gebleken is dat dyscalculie vaak voorkomt met dyslexie. Dat deze combinatie je onzeker kan maken lijkt wel duidelijk. Ook is de leerstoornis niet altijd zichtbaar voor de leerkracht. Dat is jammer, sommige dingen zijn wel begeleidbaar en trainbaar.

Wanneer merk je het op als leerkracht of ouder?
Waar kinderen met dyscalculie wel zichtbaar worden voor de leerkracht is met tafels, deelsommen, klokkijken, grotere getallen en vooral breuken en percentages. Het inzicht ontbreekt en de trucjes die een kind heeft verzonnen zijn niet genoeg. Je praat dan over groep 5 of 6. Extra aandacht geven aan vermenigvuldigen betekent dat andere onderdelen van het rekenen niet genoeg tijd en aandacht krijgen en het kind raakt achterop. Kijk dus of het kind een rekenmethode heeft die het begrijpt en aankan. Wellicht moet de leerkracht meer uitleg geven?

Onderzoek en behandeling
Onderzoek en behandeling kan een oplossing zijn voor dyscalculie. Voor meer informatie hierover: www.dyscalculie.org

Kenmerken bij kinderen en volwassenen met dyscalculie:
-Problemen met tellen (cijferreeksen)
-Problemen bij het begrijpen van de basis van de rekenkunde, zoals: breuken, waarde van de getallen, verbanden tussen getallen.
-Problemen met inzicht: hoofdrekenen en schatten.
-Problemen met volgorden: recepten lezen, klokkijken.
-Problemen met ruimtelijke oriëntatie en ruimtelijk inzicht: links-rechts oriëntatie, problemen met het lezen of onthouden van cijferreeksen, lezen en interpreteren van kaarten, tabellen en afmetingen. Problemen met teamsporten op een groot veld (hockey, voetbal).
-Problemen met het interpreteren van codes, patronen (muzieknoten), steno en talen.
-Afkeer voor strategie spelletjes en speelgoed.
-Afkeer voor rekenen.
-Traagheid

Hoe ga je hiermee om?
-Geef het kind een extra compliment als het een som goed heeft opgelost.
-Niet de hoeveelheid sommen is van belang, wel de manier waarop het kind ze heeft opgelost.
-Ontwikkelen van de vereiste vaardigheden: volgorden, ruimtelijke oriëntatie en ruimtelijk inzicht, patroon herkenning, visualiseren, oorzaak / gevolg denken.
Dit kan ontwikkeld worden door spelletjes als Mastermind, Rummikub, puzzelen, Lego, Tangram, etc.
-Ontwikkelen van sleutel-begrippen zoals: waarde van de getallen, cijferreeksen, breuken door o.a. kaartspelletjes, kralenkettingen, etc.
-Rekenen volgens één bepaalde methode b.v. Maatwerk(voorheen Remelka).
-Niet creatief laten rekenen. Één oplossingsstrategie is belangrijk.
-Oefeningen voor het automatiseren, gemaakt doorDhr. Rinze van Rossum, ambulant begeleider.Met een leeswijzer voor leerkrachten en ouders.
-Het gebruik van een rekenmachine aanleren als het rekenen echt niet lukt.
-Meer structuur aanbrengen.
-Bied het kind makkelijker, minder complexe sommen aan, met weinig taal.
-Individuele- en materiële hulp bieden.
-De som eerst voordoen, dan samen doen en uiteindeljk zelf laten doen.

Wat is er verder mogelijk?
Dyscalculie wordt min of meer erkend door het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.(Notitie VO/OK?2004/19023: 'Hulpmiddelen en vrijstellingsmogelijkheden voor leerlingen met een beperking, zoals dyslexie en dyscalculie').

Wat moet er in een dyscalculie verklaring staan?
* Dyscalculie dient vastgesteld te zijn op basis van DSM-IV-TR™ criteria.
(dat is het klassificatiesysteem bij leerstoornissen)
* Omschrijving van de domeinspecificatie contexten waarin de problemen zich manifesteren.
(Dit betekent de omschrijving waar de problemen precies zitten)
* Wat nodig is om de problemen de faciliteren, te vergemakkelijken.

Het is belangrijk dat er getest wordt door een GZ-geregistreerde psycholoog. Deze kan de dyscalculieverklaring afgeven.
Zorg er wel voor dat de deskundige de gewenste maatregelen goed in deze verklaring opneemt, zodat een school hiermee uit de voeten kan.

Informatietelefoon Balans
Heeft u vragen of problemen met betrekking tot leer-, ontwikkelings- en gedragsstoornissen en wilt u hierover met iemand praten, of heeft u vragen omtrent hulpverleners e.d. in uw directe omgeving, bel dan naar de:
Advies- en Informatielijn Balans (AIL)
(0900) 202 00 65(€ 0,25/minuut)
Dit nummer is bereikbaar op:
Werkdagen van 9.30 - 13.00 uur
Donderdagavond van 18.00 - 20.00 uur
Verder geeft deze vereniging, naast het tijdschrift Balans Belang, dat negen keer per jaar verschijnt, een informatiefolder uit en zijn in een speciale uitgave alle artikelen die er tot nu toe via Balans over dyscalculie zijn verschenen, gebundeld. Kijk voor verdere informatie ook op www.balansdigitaal.nl of stuur een e-mail naar info@balansdigitaal.nl

Dyscalculie pagina met veel links naar dyscalculie en aanverwante onderwerpen, gerubriceerd in groepen
Beroepsvereniging Remedial Teachers
Wetgeving dyslexie en dyscalculie
Psychologen bij u in de buurt: www.allepsychologen.nl
Balans: Landelijke organisatie voor ontwikkelings-, gedrags- en leerproblemen.
Het kennis net :grote website met allerlei informatie
Regionaal Expertise Centrum : dyslexie en dyscalculie met helpdesk
Rekenstoornissen : artikel van drs. T. Braams
"De Lantaarn" Adviesdienst
Beelddenken, wat is dit? : artikel van Marion van de Coolwijk
Remelka / Maatwerk rekenen : speciale rekenmethodes
speciaal-onderwijs.startkabel.nl
leerlinggebeleiding.startkabel.nl
ouders.startkabel.nl
internetwijzer-bao.nl
Dyscalculie website in België Website van 2 Belgische studenten
Informatie over de inhoud van een test Dyscalculie onderzoek
basisonderwijs.pagina.nl
beroepskeuze.pagina.nl
didactiek.pagina.nl
dyslexie.pagina.nl
leren.pagina.nl
orthopedagogiek.pagina.nl
neuropsychologie startkabel
neuropsychologie 2link België
dyscalculie en NLD
wiskunde pagina met veel links
Verdere informatie
www.dyscalculie.org
info@dyscalculie.org

Bronnen:

Van het forum van www.dyscalculie.org
De invloed van dyscalculie bij het aanleren van het muzikale notenschrift (fragment)
(Uit: "De invloed van dyscalculie bij het aanleren van het muzikale notenschrift". Het complete artikel kunt u vinden in Balans Belang 75, pp. 17-19)
Laatst aangepast door Renée op 06 Mei 2005 13:21, in totaal 1 keer bewerkt
-Libelle Helpt, Dyscalculie, Tekst: Marjolein Straatman. Fotografie: Louis Lemaire. Styling: Barbara Groen en Cleo Scheulderman.
-Bron: Jo Nelissen, Freudenthal Instituut.


Dyslexie <



Wat is dyslexie?
Dyslectische mensen nemen nieuwe informatie (klanken, woorden, tekst) langzamer in zich op dan anderen. Dat heeft niks te maken met hun intelligentie. Zij begrijpen dingen net zo goed als een ander en soms nog beter ook. Veel bedrijfseigenaren en uitvinder zijn dyslectisch. Een op de twintig mensen heeft dyslexie.

Eerst leer je de letters en met die letters leer je woorden. Eerst moet je die woorden nog spellen maar dat gaat steeds sneller. Uiteindelijk kan je zinnen lezen, en daarna zelfs een heel boek. Dat noemen we het automatiseren van lezen. Eerst gaat het nog langzaam, maar later gaat het 'automatisch'. Bij dyslectische mensen is het lezen niet goed geautomatiseerd. Het is alsof ze alle woorden voor de eerste keer zien. Dat komt níet omdat dyslectische mensen niet kunnen leren. Dyslexie is een aangeboren afwijking in bepaalde gebieden van de hersenen. Daardoor gaan de hersenen anders met taal om en wordt het lezen niet goed geautomatiseerd. Het lezen gaat niet 'automatisch'.
Linker en rechter hersenhelft
Dyslexie wordt veroorzaakt door een afwijking in de verbindingen tussen de rechter en de linker hersenhelft. Wat doen die hersenhelften?
De rechter hersenhelft zorgt (onder andere) voor het verwerken van nieuwe indrukken.

Alles wat je voor het eerst ziet of voelt of hoort of meemaakt, -je leest bv het woord BROOD-verwerk je met je rechter hersenhelft. Als dat gebeurd is, sla je dat op in je linker hersenhelft. Zodat wanneer je datzelfde wéér ziet of voelt of hoort of meemaakt, je het meteen herkent. Je linker hersenhelft is dus een soort bewaarplek. Je bewaart er herinneringen. Als je nu het woord voor de tweede keer ziet, denk je meteen: Hé, daar staat "BROOD" ! Je hoeft het niet meer te spellen.
Bij dyslectische mensen gaat er met taal iets mis tussen die twee hersenhelften.
Een nieuw woord wordt wel verwerkt door de rechter hersenhelft, maar daarna wordt het niet doorgegeven aan de linker hersenhelft. Het woord wordt niet bewaard. Daardoor lijkt het de volgende keer weer nieuw, want de linker hersenhelft herkent het niet. Je moet het weer spellen. Wat in dit verband veel genoemd wordt is de klank letter koppeling en de letter klank koppeling. Het gaat allebei om automatiseren zoals hierboven is uitgelegd. Als je leert praten dan doe je dat op basis van nabootsing (klank-klank). Als je leert schrijven hoor je eerst een klank en zie je daarna de letter die erbij hoort (klank-letter). Bij hardop lezen gaat het precies andersom: een symbool (letter) wordt weer uitgesproken (klank). Het is dus belangrijk dat het woordbeeld (hoe is het geschreven, welke klank hoort bij welke letter) correct is. Daar gaat het nou bij dyslexie op mis.

Dyslexie is vooral merkbaar bij het lezen. Lezende hersens moeten snel veel letters verwerken. Het lukt vaak niet om de tekst dan ook nog te begrijpen. Bij het hardop lezen of schrijven gaat het vaak al helemaal mis.

Oorzaken
Er is een aanleg (genetisch) en/of een impuls van testoteron en/of een toevallige speling van de natuur waardoor er een inadequate (niet op taak toegerust) samenstelling van de hersenen is. Die samenstelling van de hersenen veroorzaakt allerlei vormen van leesstoornissen. Samen met de omstandigheden, zoals de begeleiding thuis en op school, maar ook de compensatiemogelijkheden van het kind kan dat geheel leiden tot allerlei soorten leesproblemen. Onder omstandigheden mag men ook rekenen de invloed van alcohol, perinatale complicaties, de invloed van lood, infecties, voedingstekorten, enz. Dyslexie heeft een interne, biologische oorzaak. Maar gaat het hier om een neurologisch defect of een vertraging in de hersenontwikkeling of een combinatie van beide? Dyslexie heeft een neurologische basis. Er is sprake van een neurologisch tekort (deficit), loop je op die manier een ontwikkelingsachterstand op, dan wordt dat gecompenseerd (goed gemaakt) door anre delen van de hersenen.De neuronale dysfunctie zelf zal niet veranderen.


* je kunt moeilijk uitje hoofd leren of hardop voorlezen
* Je hebt moeite met het schrijven van een opstel.
* Je hebt soms moeite om lange stukken tekst te begrijpen.
* Je bent daardoor misschien onzeker geworden.
* Je voelt je misschien dommer dan anderen.
* Toch merk je dat je dingen vaak beter begrijpt

Herken je enkele van deze en andere dyslexie-kenmerken zoals:

* langzaam begrijpen van instructies
* slecht evenwichtsgevoel
* cijfers omkeren
* hoofdpijn bij lang lezen, schrijven of leren.

Moeilijkheden met gesproken taal.

* Laat met praten begonnen.
* Moeilijkheden met de uitspraak van woorden
* Moeilijkheden met de verwerven van de woordenschat en het spraakgebruik is niet passend bij de leeftijd.
* Moeite met het volgen van richting
* Begrippen als voor / achter, links / rechts enz. worden door elkaar gehaald.
* Het aanleren van het alfabet, kinderrijmpjes en liedjes gaat moeizaam of zelfs niet.
* Moeite met het onthouden van namen.

Moeilijkheden met lezen.

* Moeite met het leren lezen.
* Moeite met het onthouden van de klank van letters.
* Draait letters, of de volgorde van letters om tijdens het lezen.
* kleine woordjes fout of slaat deze over.
* Hakkelt bij het lezen van langere woorden.

Moeilijkheden met geschreven teksten.

* Moeite met het op schrijven van ideeën.
* Onzeker over links- of rechtshandigheid.
* Slecht en/of traag handschrift.
* Rommeligen ongeorganiseerd schoolwerk.
* Moeite met overschrijven.
* Veel spellingfouten.
* Tijdens overhoringen of toetsen weinig fouten maar in het dagelijks werk veel spellingfouten.
* Moeite met het zelf corrigeren van teksten.

Moeilijkheden met rekenen.

* Soms worden getallen omgedraaid.
* Moeite met het onthouden van reken regels.
* Moeite met het overschrijven van rekensommen.
* Moeite met het begrijpen van verhaal sommen.
* Het automatiseren van de tafels gaat erg moeizaam.
* Moeite met klok kijken en soms weinig begrip van tijd.

Neerwaartse spiraal bij testen en rapporten en schoolprestaties. Werkt op school wisselend. De juf of meester zegt, "als hij het maar eens probeerde", of"zij is lui". De aandacht is er niet altijd bij. Familieleden herkennen dit beeld bij zichzelf. Taal, lees en spelling problemen komen voor in de familie, ook bij volwassen familieleden.

Het is van belang dat u hierover met de juf of meester van uw kind praat. Samen kunt u de ontwikkeling van uw kind beter volgen! Als de verbeteringen uitblijven dan is het raadzaam uw kind te laten testen.

Hoe kun je ermee omgaan?

Zelfstandigheid
Werk zelf aan je dyslexie. In de onderbouw moet je wat extra lezen oefenen. Maar wat je leert, gebruik je vaak beter dan anderen. Dyslexie is zeker geen excuus om minder te doen! Zoek uit wat voor jou de beste manier van leren is. In de bovenbouw gaat alles dan steeds gemakkelijker.

Effectief studeren
Neem voor het studeren de tijd. Probeer uit hoe je het beste kunt leren. ‘Begrijpen’ zal beter gaan dan ‘uit je hoofd leren’. In het begin duurt het wat langer. Op den duur gaat het tijd besparen.

Studeer en werk op een zo rustig mogelijke plek.
Je hebt last van afleiding en achtergrondgeluiden. Ga in de klas vooraanzitten. Leer thuis niet met muziek. Studeer in de stilste kamer of maak een stille kamer voor je zelf! Werk desnoods met oordopjes in.

Neem lessen op verschillende manieren op.
Lees, spreek uit, schrijf en stel je iets voor. Bijvoorbeeld: bij het leren van nieuwe woorden. Lees, spreek uit en luister naar jezelf, Schrijf het woord voor je zelf op en fantaseer over de betekenis.

Vat lessen op je eigenmanier samen en leer je eigen samenvattingen.
In elke tekst staan veel overtollige woorden. Maak een schema of samenvatting van de tekst. Maak hierbij gebruik van kernwoorden. Zodra je eigensamenvatting klaar is ken je de les al bijna! Een samenvatting van je buurman/vrouw overschrijven daar leer je niks van!

Niet talige vakken.
Je bent goed in vakken met weinig taal, maar een instructie met veel informatie gaat je vaak te snel. Kijk er nog eens na lees het een 2de keer na. Vraag na de uitleg nog eens om herhaling van alles wat je niet snapt. Schrijf de belangrijkste puntjes even voor je zelf op. Lees dat nog eens na. Laat het bezinken!

Oefen extra.
Sommige dingen zoals sommen, worden door oefening geleerd. Mensen met dyslexie zullen sommige informatie wat langzamer in zich opnemen. Probeer voor je zelf wat extra te oefenen. Vraag om nog een paar sommetjes van dat moeilijke hoofdstuk en oefen deze goed!

Probeer vooruit te werken.
Vraag aan het begin van het hoofdstuk om alle moeilijke opgaven. Ga deze vast oefenen. Zodat je er al op bent voorbereid als de klas daarmee begint. Zo snap jij het ook beter. Probeer ver van tevoren te weten te komen wanneer je dat moeilijke profwerk hebt. Elke dag een heel klein stukje is beter dan in een avond het hele boek!

Lees zo veel mogelijk
Hoewel lezen vaak niet echt leuk is het wel een hele goede oefening voor je. Lees elke dag een stukje hardop een halfuurtje per dag is al voldoende. Lees desnoods de ondertiteling van je favoriete televisie programma voor aan je kleine broertje of zusje! En na een klein jaartje lees je in eens een stuk beter!

Lees een tekst opnieuw als je niet begrijpt wat er staat.
Lees dat stukje rustig voor je zelf door. Regel na regel. Probeer de moeilijke woorden te vertalen naar makkelijke woorden. En probeer op deze manier het stukje tekst te begrijpen. Vraag hulp als je er niet uitkomt.

Extra tips.
Lezen kan een vervelende bezigheid zijn. Als je een boekverslag MOET maken dan is dat heel vervelend om te doen. Al eens gedacht aan ingesproken boeken, bij de blindenbibliotheek? Probeer bij de eventuele extra lessen alleen het hoog nodige te doen. Extra oefenen kan zinnig zijn maar te veel is ook onnodig. Extra aandacht aan het schoolwerk is veel nuttiger. Als je op een nieuwe school komt het dan direct aan de leraren. Zorg dat de school je probleem erkend. Zo werkt alles ook voor jou veel makkelijker. Een stukje begrip van de school zorg er voor dat jij je examen daar ook kan halen!

http://www.dyslexieweb.nl/misverstanden.php
http://www.pravoo.com/dyslexie1.html
http://www.hetklokhuis.nl/LEEs/DOSSierS/read/dossier_pagina.cfm?did=CEA3F580%2D001E%2D438F%2DB4774FE2685CC99B&pnr=6

tip
http://www.woordblind.nl/
http://dyslexie.startpagina.nl/


Epilepsie / Insult<


In dit artikel zal ik het woord epilepsie het meeste gebruiken omdat de patientenverenigingen dit ook goed kennen. Het woord vallende ziekte dekt de lading niet geheel. Verderop in het artikel leg ik uit waarom. Het woord insult is enkel voor ‘ingewijden’ een bekende term, met andere woorden vakjargon. Ook de woorden toeval en stuipen gaan over epilepsie.
In Nederland zijn ca. 120.000 mensen met epilepsie. De eerste aanval is meestal tussen het tiende en het twintigste levensjaar. Epilepsie kom evenveel voor bij mannen als bij vrouwen.

De opbouw van deze tekst:

Wat betekent het woord epilepsie
Wat is epilepsie
werking van de hersenen
Waardoor ontwikkelt epilepsie zich?
Aanleg en oorzaak
Welke vormen zijn er
- de eenvoudige partiele aanval
- de complexe partiele aanval
- de absence
- de tonisch clonische aanval
- de complexe aanval
Wat kun je doen?
Welke invloed heeft het op je leven


Epilepsie <


Ook wel bekend als vallende ziekte. Hier wordt gerefereerd aan het feit dat sommige mensen met epilepsie spontaan vallen en blauw, schokkende bewegingen maken en schuimvorming op de lippen hebben en soms urine laat lopen. Die is het klassieke beeld dat veel mensen hebben bij epilepsie. Er zijn meer vormen. Ik kom daar later op terug.
Het woord epilepsie is Grieks. De oude Grieken dachten dat zo iemand 'bezeten' was. Daar komt het woord epilepsie ook vandaan: het is Grieks voor 'gegrepen worden'. Lang geleden probeerde men, door de duivel uit te drijven, de epilepsie te verdrijven. Ook werden mensen met epilepsie gebrandmerkt, zodat de omgeving wist dat ze ‘bezeten ’ waren.

Wat is epilepsie
Epilepsie heeft te maken met stroom in de hersenen. Onze hersenen zijn de hele dag bezig met boodschappen overdragen. Om een letter te typen op het toetsenbord zijn er ontelbaar veel zenuwcellen bezig om de boodschap van de ene cel naar de andere cel te brengen . Al is het alleen maar voor het vinden van een letter op je toetsenbord. Dan is er echter nog niets getypt, laat staan blindtypen. Deze zenuwcellen maken gebruik van stroom. Onze hersenpan heeft een volt als stroom. Als je dus met je vingers in het stopcontact gaat staan, dat ik je niet kan aanraden, kun je een epileptische aanval opwekken! In dit netwerk van zenuwcellen kan iets mis gaan: kortsluiting bijvoorbeeld
Een zenuwcel kan ‘gasgeven’ en ‘remmen’. Een epileptische aanval is niets anders dan teveel stroom. Dat kan veroorzaakt worden door teveel stroom (zie hierboven) dan wel een te zwakke rem (bijvoorbeeld een gebrek aan slaap.). Er ontstaat dan een domino effect. Een zenuwcel geeft te veel gas en de volgende doet dat dan ook. Teveel stroom geeft meestal (niet altijd) kramp. Door deze kramp kun je ineens vallen. Maar nu komt de grap: er zijn vier soorten aanvallen en niet iedereen valt! Dus de naam vallende ziekte is een beetje misleidend. Vandaar dat ik het hier ook niet wil gebruiken. Doordat grote groepen zenuwcellen (denk nog even aan de domino) informatie gaan uitwisselen ontstaat er kortsluiting. Die kortsluiting leidt tot een epilepsie aanval. De kortsluiting gaat ook vanzelf weer over: iemand komt bij.

Waardoor ontwikkelt epilepsie zich?
Epilepsie heeft kortweggezegd twee dingen nodig: een aanleg en een oorzaak. In de ene familie komt meer epilepsie voor dan de andere. Daar is de aanleg wat groter. De drempel is lager, dat kun je ook zeggen.
Heb je een hoge drempel dan kan een grote oorzaak nog geen epilepsie veroorzaken. Maar is de drempel laag en val je een keer hard op je hoofd dan kan dat zetje net genoeg zijn voor epilepsie.
Van epilepsie wordt pas gesproken na twee aanvallen. Dat betekent dat iemand die twee keer een koortsaanval heeft gehad ook (statistisch)als iemand met epilepsie wordt gezien! Maar behandeling wordt pas gestart als iemand regelmatig (bijvoorbeeld een keer per jaar) een aanval heeft.
Voor de aanval zelf is er een aanleiding nodig. Denk dan aan flitslicht, te weinig slaap, opwinding, wellicht zelfs bepaalde voedingsstoffen. Het kan erg helpen deze factoren die een aanval uitlokken op te sporen.

Welke vormen zijn er?
Partieel en gegeneraliseerd. De partiele aanvallen beginnen in een (hopelijk) duidelijk te vinden stukje. Gegeneraliseerd is dat alles tegelijkertijd erbij betrokken is. De aanval begint in de gehele hersenen en overal tegelijkertijd. Bij dit gegeneraliseerde aanvallen is sprake van bewustzijnsverlies.(Dit kan van minuten tot een fractie van een seconde zijn.) Partiele aanvallen zijn op te delen in eenvoudig en complex. Een partiele aanval kan uiteindelijk overgaan in gegeneraliseerd. Dat is ook de reden dat dit stuk spreekt over mengvormen.

Er zijn vier hoofdvormen en eindeloos veel verschillende mengvormen.
- de eenvoudige partiele aanval
- de complexe partiele aanval
- de absence
- de tonisch clonische aanval
- de complexe aanval

De eenvoudige partiele aanval
Dit aanvalstype komt vrij veel voor, ongeveer dertig procent van de mensen met epilepsie hebben dit type. Het valt onder partiele aanvallen. Partieel betekent stukje, een partitie op een computer is een deel van de computer. Een deel van de hersenen slaat op tilt. Er zijn twee soorten partiele aanvallen: de eenvoudige en de complexe. Eenvoudige partiele aanvallen zijn goed te lokaliseren. Omdat epilepsie ontstaat door een aanleiding is er vaak sprake van een zogenaamde haard. Dit kan littekenweefsel zijn. Bij een eenvoudige partiele aanval kunnen de verschijnselen ook heel eenvoudig zijn. Bijvoorbeeld het plotseling onbewust bewegen van een duim of arm. Daardoor kan een kopje aan diggelen vallen. Deze aanvallen hebben een heel kort en licht verloop, het bewustzijn kan wel dalen , maar valt niet weg. Tegenhouden kan niet. De omgeving heeft niet altijd door dat het om een aanval gaat. Het kan dan gaan om een motorisch verschijnsel: het plotseling bewegen van een arm of been. Of het kan om een zintuigelijke ervaring gaan. Iemand ruikt iets, of heeft een vreemde smaak in de mond. Het kan ook gaan om sensorische verschijnselen als tintelingen in de hand. Verder is het mogelijk dat iemand iets ziet (visueel) of hoort (auditief)die andere mensen niet zien. Deze gewaarwordingen worden aura genoemd.
Het woord complex betekent samengesteld. Er is dus sprake van meer dan een verschijnsel.

De duur en het verloop van de aanval kunnen erg verschillen. Soms duurt de aanval maar enkele seconden en blijft beperkt tot een tinteling in een hand, maar soms kan de plaatselijke storing in de hersenen zich verspreiden over de hele hersenen waardoor een grote aanval optreedt, die ook langer duurt.

De complexe partiele aanval
Het woord complex betekent: meervoudig. Partieel betekent stukje. Een aanval die in een stukje van de hersenen begint er uit meerdere verschijnselen bestaat. Het begin van de aanval kan een aura zijn: de beleving van de start van de aanval, bijvoorbeeld een raar gevoel in buik of maak, vreemde dingen zien of horen. Deze dingen kunnen kort duren. Deze aura is vaak de start van de aanval. Het zou mooi zijn als het daarbij bleef, maar vaak zet een aura zich door en wordt het een aanval. Het bewustzijn daalt in ieder geval. Wat nu kan gebeuren is dat degene die de aanval heeft nu vreemde, doelloze bewegingen maakt, smakt, slikt of kauwt of doelloos rondloopt, voorwerpen gaat verplaatsen, over kleding wrijft etcetera. Het gezicht kan verkleuren naar rood of wit. De aanval stopt na enkele minuten en het bewustzijn keert langzaam terug. Degene zelf heeft van de aanval geen benul gehad. Schokken (tremor) en schuim op de mond komt ook voor, maar niet altijd.
Vaak is er wel controleverlies. Welke dit zijn verschilt van persoon tot persoon en soms zelf van levensfase tot levensfase. Niet alleen de persoon ontwikkelt zich, de epilepsie doet dat ook! Wat voorbeelden waar van controleverlies: het denken komt stil te staan, een been raakt verlamt, of de controle over de blaas valt weg. (Met alle nare gevolgen van dien.) De duur van deze verschijnselen kan sterk wisselen van persoon tot persoon.

De absence
Wordt vaak niet op tijd opgemerkt, maar de gehele hersenen zijn hierbij betrokken. Veel kinderen horen eerst dat ze wat dromerig zijn en niet willen opletten. Pas later wordt de diagnose epilepsie, absence gesteld. Het woord absence kennen wij als absent. Absence betekent: afwezig en dat dekt de lading behoorlijk goed. Een absence kan heel kort duren. Maar heeft op het leervermogen van een kind grote gevolgen. Vlak voor een aanval zakt het opnamevermogen. Waardoor een kind aangegeven lesstof niet goed oppakt, tijdens de absence is het daadwerkelijk afwezig en het kan even duren voordat het oude concentratieniveau er weer is. Wat betekent dat in de praktijk? Een kind met absences loopt daardoor regelmatig achter in de les! Nog enger wordt het als het een absence krijgt terwijl het in een touw is geklommen tijdens gym.

De tonisch-clonische aanval
Tonisch betekent spierspanning. Je kunt het ook vertalen met kramp of stijf worden. Clonisch betekent dat de spieren samentrekken. In de praktijk zie je dus iemand letterlijk ‘stuiptrekken’. Niet leuk om te zien, maar het is ongevaarlijk. Ook dit is een aanval waarbij alle hersendelen betrokken zijn.

De complexe aanval
Bij grote aanvallen (gegeneraliseerde, tonisch-clonische aanvallen), zijn grote gebieden van de hersenen gelijktijdig betrokken. Het zijn de meest 'klassieke' en de meest gevreesde aanvallen. Alleen bij deze vorm valt iemand ook werkelijk neer. Daaraan heeft epilepsie ook de bijnaam vallende ziekte te danken. Bij een grote aanval is de betrokkene altijd geheel buiten bewustzijn.

Tussen de aanvallen in functioneren de hersenen van een epilepsiepatiënt meestal net zo normaal als de hersenen van ieder ander. Iemand is in feite dus alleen maar ziek op het moment dat er een aanval optreedt.

Hoe ziet zo'n grote aanval er over het algemeen uit?
Iemand die een grote aanval krijgt, wordt plotseling stijf en krijgt een spierkramp (tonische fase). Daarna valt hij of zij op de grond, haalt geen adem meer en wordt langzamerhand blauw. Na ongeveer 10 à 20 seconden begint het schokken met armen, benen en hoofd (clonische fase). Soms is er schuimvorming op de mond door verhoogde speekselafscheiding. Dit schuim kan rood gekleurd zijn als er tijdens de aanval op de tong gebeten wordt. De schokken kunnen enkele minuten aanhouden; daarna wordt de betrokkene helemaal slap en wit. De ademhaling komt langzaam weer op gang en het bewustzijn keert geleidelijk weer terug. Sommige mensen zijn na een aanval niet direct aanspreekbaar; sommigen vallen direct in een diepe slaap, anderen staan alweer vrij snel op.

Wat kun je doen?
Het eerste dat je moet beseffen als buitenstaander is dat je niets kunt doen om de aanval te stoppen. Wel moet je ongelukken voorkomen, iemand die volledig ontspannen en bewusteloos te water raakt, heeft een probleem! Verder kun je scherpe dingen als bril etcetera misschien verwijderen. Dan kun je je daar niet aan bezeren. Als de ene aanval in de andere overgaat zonder dat de persoon bijkomt. Of iemand langer dan twintig minuten bewusteloos is, vraag er dan een arts bij.
Is iemand bij, overlaad hem of haar dan niet met paniek verhalen. Soms moet iemand naar huis gebracht worden. Regel dat. Kan iemand op eigen kracht verder, ook mooi.

Welke invloed heeft het op je leven
Bij kinderen kan epilepsie weer helemaal overgaan, ze groeien er dan overheen. Bij volwassenen gebeurt dit soms ook wel, maar als ze last blijven hebben van hun epilepsie kunnen ze hun ziekte met medicijnen meestal op een aanvaardbare manier onder controle houden. Die medicijnen hebben natuurlijk gevolgen voor het dagelijks leven.
Voor veel mensen met epilepsie is de zogenaamde gezondheidsverklaring een onhaalbare kaart. Deze verklaring heb je nodig voor de aanvraag van een rijbewijs en soms als toelating voor een opleidinig (bijvoorbeeld politie). Ook kan het zijn dat je niet alleen met machines mag werken of niet op een steiger. Dit heeft heel direct gevolgen voor je leven. Soms mag je dingen wel doen, maar dan alleen met een ander erbij. Dat kan fietsen, zwemmen, in bad gaan en sporten zijn.
Naast het permanent slikken van je medicijnen en het doktersbezoek, zul je ook je leven moeten aanpassen. Weinig slaap, flitsend licht, alcohol gebruik hebben soms rechtstreeks invloed op je aanvalsfrequentie. Ook de mensen die dicht om je heen staan, zullen iets van epilepsie moeten weten om een aanval goed op te kunnen vangen. Soms voelen mensen en een aanval duidelijk aankomen. Dat kan dan prikkelbaarheid zijn, of hoofdpijn, duizeligheid. Voor velen komt een aanval echter volkomen onverwacht. Ook kun je tegen vooroordelen oplopen. Zoals de volgende: mensen met epilepsie zouden geestelijk gehandicapt zijn. Dat is gebaseerd op het volgende: vijftig procent van de geestelijk gehandicapten hebben uit hun litteken dat hun handicap veroorzaakt ook epilepsie. De epilepsie is dan een symptoom van het litteken. Maar dit gegeven wordt door veel mensen omgedraaid: als je epilepsie hebt, ben je geestelijk gehandicapt en dat geldt maar voor vijf procent van iedereen met epilepsie!

Er zijn veel medicijnen tegen epilepsie (anti-epileptica) verkrijgbaar. Ze zorgen ervoor dat de electriciteitsoverdracht minder pieken (kortsluiting) vertoont. Hierdoor wordt de epilepsie beheersbaar en valt er mee te leven. Het zou mooi zijn als de medicijnen mensen met epilepsie aanvalsvrij zouden maken, maar dat lukt niet. Ook kunnen medicijnen bijwerkingen geven. Door dit aan te geven aan je arts is het mogelijk om naar een oplossing te zoeken. Het zoeken naar de juiste medicijncombinatie heet ‘instellen’ en kan enige tijd duren. Een enkele keer kan een operatie uitkomst bieden. Tijdens de periode van instellen kan er van verschillende onderzoeksmethoden gebruik worden gemaakt. Tenslotte wil een arts ook weten hoe het in de bovenkamer er aan toegaat. Een EEG (dit meet de electriciteit in de verschillende delen van de hersenen) scan (een soort van foto’s van de hersenen)is dan mogelijk.


Encefalitis of Hersenontsteking.



Encefalitis wordt steeds meer genoemd in combinatie met teken. Hersenontsteking of encefalitis is een ontsteking van het hersenweefsel. Ontsteking (-itis) van de hersenen (= encefalon). Bij encefalo-myelitis zijn zowel de hersenen als het ruggenmerg ontstoken.

Hersenontsteking wordt veroorzaakt door een virus of is een reactie van het immuunsysteem op een inenting of infectieziekte. Het hersenweefsel is ontstoken. Onder invloed van micro-organismen (virussen, bacteriën) reageert elk weefsel in de regel met een vijftal ontstekingsverschijnselen: roodheid, warmteontwikkeling, zwelling, pijn, gestoorde werking. Bij een ontsteking van de hersenen, het ruggenmerg (myelitis) of de zenuwen staat een gestoorde werking op de voorgrond. Indien de micro-organismen binnen de schedel of het wervelkanaal zijn doorgedrongen, ontstaat veelal een gemengde infectie van zowel hersenen en ruggenmerg (encefalomyelitis of myelo-encefalitis) als de omringende vliezen (meningitis).

Encefalitis is een ontsteking in het hersenweefsel. De grens met hersenvliesontsteking/meningitis (ook wel nekkramp genoemd) is onscherp, omdat bij encefalitis ook vaak de hersenvliezen ontstoken zijn. Encefalitis kan zowel door een virus als een bacterie veroorzaakt worden. De virale vorm wordt vaak veroorzaakt door herpesvirussen, of door muggen of teken overgedragen virussen. Wordt het veroorzaakt door een bacterie, dan wordt er in de hersenen een abces gevormd. Precies gezegd is een abces een afgekapselde holte gevuld met bacteriën en dood weefsel, dit samen heet dan pus. Een abces kan eigenlijk in het hele lichaam voorkomen, dus ook in de hersenen. Meestal komen ze voor in lichaamsdelen die moeilijk schoon te houden zijn en een trage stofwisseling hebben. Een hersenabces is in Nederland betrekkelijk zeldzaam. Mits er snel een behandeling gestart wordt, hoeft de ziekte niet dodelijk te zijn.

De hersenen worden goed beschermd door de schedel en de hersenvliezen. Toch kan het voorkomen dat een virus of bacterie de hersenen infecteert. Men spreekt dan van een bacteriële of virale hersenontsteking, cerebritis of encefalitis, veroorzaakt door het Herpes simplex virus en enterovirussen. In het buitenland kunnen ook andere virussen de oorzaak zijn.
Soms worden de hersenen direct geïnfecteerd door een bacterie. Meestal is hierbij sprake van een onnatuurlijke toegang tot de hersenen, zoals een schedelwond. Vaker is een ontsteking het gevolg van een infectie in het lichaam (secundaire of post-infectieuze cerebritis of encefalitis). Mogelijk door een verminderde weerstand komt het virus of een bacterie dan in de hersenen terecht.
Goed functionerende hersenen zijn nodig om bijvoorbeeld normaal te kunnen spreken, horen, lopen, zien en een normaal slaap-waakritme te hebben. Een infectie van de hersenen kan dan ook leiden tot een grote variëteit aan klachten, die samenhangen met de normale hersenfunctie.

Encefalitis - Enkele cijfers
De gemiddelde leeftijd van een patiënt met een hersenabces ligt tussen de 30 en 45 jaar. Als de infectie is ontstaan als gevolg van een ontsteking in de keel, neus of oor dan ligt de leeftijd meestal op kinderleeftijd of is de patiënt meestal ouder dan 40 jaar. Bij een hersenabces die ontstaan is uit een voorhoofdontsteking ligt de leeftijd meestal tussen de 10 en 30 jaar.

Ongeveer 25% van de gevallen komt voor bij kinderen jonger dan 15 jaar, voornamelijk jongens. De piek ligt dan tussen de 4 en 7 jaar. Onder de leeftijd van 2 jaar is het hersenabces zeldzaam

Waar herken je hersenontsteking aan?
Iemand die een hersenabces heeft, vertoont dezelfde symptomen als van andere ziektes die ruimte in de hersenen zoals bijvoorbeeld en hersentumor.
Meestal is er sprake van een aantal van de volgende symptomen
Zuigelingen vertonen bij een hersenontsteking een karakteristiek uitpuilen van de grote fontanel, met daarnaast nekstijfheid. Kinderen hebben vooral last van overgevoeligheid voor licht en ernstige hoofdpijn. Volwassenen hebben klachten als bewustzijnsstoornissen, variërend van desoriëntatie tot coma.
Klachten als misselijkheid, braken, beven, nekstijfheid en stijfheid van de rug ( als gevolg van het mede aangedaan zijn van de bedekkende vliezen), koorts, zware hoofdpijn, maar ook epileptische aanvallen, komen voor. Verdere symptomen zijn: stoornissen in de hersenfunctie (hetgeen bijvoorbeeld tot verlamming kan leiden), spierzwakte, ziek gevoel, verstoring van de normale hersenfuncties (o.a. verwardheid en persoonlijkheidsveranderingen), slaperigheid/ sufheid, zenuwbeschadigingen, onzekerheid (niet stabiel kunnen lopen ed.), en een enkele keer kan een waterhoofd optreden. In ernstige gevallen kan hersenontsteking tot de blijvende hersenbeschadiging of zelfs de dood leiden.,NB. De aard en ernst van de verschijnselen zijn sterk afhankelijk van de oorzaak en de omvang en snelheid waarmee de ontsteking zich over de hersenen verspreidt.

Het ernstigste deel van de ziekte, het begin, duurt meestal enkele dagen tot een week. De koorts duurt vier dagen tot twee weken. Genezing kan lang duren, waarbij de kans op blijvende invaliditeit groter is naarmate het langer duurt. Een enkeling overlijdt aan de ziekte. De ziekte kan echter ook heel snel genezen, meestal zijn er dan geen restverschijnselen.
Snelle behandeling met antibiotica zal in het algemeen de verschijnselen doen verdwijnen.

Waarschuwing
Bewustzijnsveranderingen, verlammingsverschijnselen en wegrakingen wijzen op ernstige aandoeningen. Zorg voor medische spoedhulp.

Speciale variant bekend van de film Awakenings
Een speciale variant van encefalitis is de licht besmettelijke slaapziekte Encephalitis lethargica die de patiënten in een eeuwige subcoma dwingt, met sterke Parkinson-trekjes. De laatste epidemie woedde in de jaren dertig. Sommige patiënten die als kind er door getroffen werden vertoeven nu als bejaarde nog steeds in een subcoma. Eind jaren zestig experimenteerde de New-Yorkse neuroloog Oliver Sacks op deze voorheen uitzichtloze comapatiënten met een medicijnkuur van L-Dopa, met verbazende maar soms desastreuze gevolgen. Dit gebeuren werd verfilmd als Awakenings, met Robert De Niro en Robin Williams in de hoofdrollen.

Wat zijn de mogelijke oorzaken van een hersenontsteking
Mogelijke oorzaken van hersen-ontsteking (o.a.):
- infectueus:
- besmetting met bateriën (= bacteriële encefalitis)
- besmetting met virussen (= virale encefalitis), zoals arbo-virussen (meest voorkomende vorm van hersenontsteking), herpes simplex- en bofvirus en giftige (= toxische) virale stoffen afkomstig van van o.a. mazelen-, rode hond- of waterpokken-virus griep, roodvonk.
- niet-infectueus (= a-septisch):
Stoornissen in het afweersysteem (= immuun-reacties, bepaalde medicijnen (o.a. ibuprofen, of in reactie op een vaccinatie tegen pokken.)
Een abces kan zowel in de grote als in de kleine hersenen voorkomen. Gesteld wordt dat er twee manieren zijn waardoor ze ontstaan:
Door directe groei vanuit de omgeving. Hierbij gaat het meestal om een oorontsteking. Dan breekt de ontsteking naar de hersenen en wordt daar een abces gevormd. Op deze manier kan het dus ook voorkomen dat door een neusbijholte-ontsteking een abces gevormd wordt. Ook een vreemd ‘lichaam’ zoals een kogel of houtsplinters geven wel eens aanleiding tot een ontsteking. Een zeldzame oorzaak is een aangeboren fistelgangetje van de huid, dat dan via de verbinding naar de buitenwereld tot een abces kan leiden.

Een hersenabces kan ook ontstaan vanuit ontstekingshaarden die vanuit andere delen van het lichaam worden aangevoerd. Vaak gaat het hierbij om een ontstoken gebit.

Momenteel wordt er doordat we steeds vaker in het buitenland vertoeven ziekten als soevenier mee naar huis genomen.
Het verwekkende virus(i.c. Japanse encefalitis.De ziekte komt vooral voor in landelijke streken van Zuid- en Zuidoost-Azië. Zowel voor de gewone toerist als voor de zakenreiziger is vaccinatie niet aangewezen. De meeste specialisten zijn het erover eens dat vaccinatie in het algemeen pas aangewezen is voor reizigers die minstens 4 weken op het platteland in endemische gebieden doorbrengen of uitzonderlijk voor kortdurende reizen met hoog risico. ) is een lid van de familie van de Flaviviridae. Andere beruchte leden van deze familie zijn :
- het gele koortsvirus (subsaharisch Afrika, Amazonegebied),
- het denguevirus (zowat overal in de tropen en subtropen),
- het St. Louis encephalitisvirus (VSA) en
- het tekenencephalitisvirus (Europa, ex-USSR).

Diagnose
De klachten van een hersenontsteking wijzen op de diagnose. Bevestiging ervan wordt verschaft door de ruggenmergvloeistof te analyseren en bloedonderzoek. Hiervoor moet een ruggenprik gedaan worden, al of niet voorafgegaan door een CT-scan of MRI-scan van de hersenen.

Mogelijke behandelingen van hersen-ontsteking (o.a.):
- voorkómen (= preventie, profylaxe): vaccins
- infectie-bestrijding: anti-biotica, anti-virale middelen, immuno-globulinen (= anti-stoffen)

Behandeling
Encefalitis is goed te behandelen. Daarvoor zijn drie methodes:

1. Men kan een behandeling met antibiotica starten. Dit kan alleen als het abces nog niet volledig is afgekapseld. Verder is het zo dat medicatie, en dus ook antibiotica, moeilijk kan doordringen in de hersenen. Hierdoor is het nodig dat een abces zo vroeg mogelijk wordt opgespoord en dat de veroorzakende bacterie bekend is. De benadeling bestaat uit het langdurig geven van antibiotica via een infuus. Deze behandeling duurt minimaal 6 weken.
2. Stereotactisch. Hierbij wordt het abces leeg gemaakt door het pus eruit te zuigen. Eventueel zal de holte nog worden gespoeld. Daarna volgt een langdurige antibioticabehandeling. Deze behandeling wordt voornamelijk gekozen als het abces diep ligt of als er meerdere abcessen aanwezig zijn.
3. Operatief. Deze operatie kan ook nodig zijn om er achter te komen welke bacteriën bestreden moeten worden.. In een zeldzaam geval kan er sprake zijn van meer dan één hersenabces. De operatie is gelijk aan die van een hersentumor. Er wordt een luikje in de schedel gemaakt, daarna wordt de harde hersenvlies geopend. De abcesholte wordt geleegd en gespoeld. Eventueel wordt het vreemde lichaam verwijderd. Er kan dan een slangetje (drain) in de holte worden achtergelaten. Ook dan volgt een langdurige antibiotica-behandeling.

De keuze van de behandeling hangt af van de oorzaak van het abces, de grootte, de verschijnselen, de plaats en of er meerdere abcessen aanwezig zijn. soms kiest men ervoor om behandelingen te combineren.

In geval van een bacteriële ontsteking zullen antibiotica gegeven moeten worden. Bij een virale ontsteking zal bij verdenking op een herpes-encephalitis zo snel mogelijk met anti-virale medicijnen moeten worden gestart. In geval van epileptische aanvallen zal symptomatisch anti-epileptica moeten worden gegeven.

Complicaties
In grote lijnen zijn de complicaties dezelfde als die van elke hersenoperatie. Een bedreigende complicatie kan zijn wanneer het abces doorbreekt. Hierdoor zou de inhoud van het abces over de hersenen heen komen. Er is dan sprake van een uitgebreide verspreiding van de ontsteking.
Na de operatie krijgt de patiënt antibiotica via een infuus. Eventueel daarna nog als tablet of capsule. Meestal krijgt men zeven weken antibiotica. De periode is voornamelijk zo gekozen omdat de hersenen slecht toegankelijk zijn voor medicatie. In deze periode zal er ook gekeken worden of de oorzaak nog behandeld moet worden, zoals een slecht gebit.

Kans op herhaling
Een hersenontsteking is goed te behandelen. Vrijwel altijd geneest de patiënt volledig. De kans dat de hersenontsteking terug keert, mits ook de oorzaak goed is behandeld, is uit te sluiten.

Gevolgen van encefalitis
Niet altijd blijken patiënten bekend te zijn met het feit dat zij encefalitis hebben gehad. Van de specialist hebben zij de diagnose "virale meningitis" meegekregen. Na verloop van tijd blijken de klachten niet over te gaan. Bij navraag kan het wel eens zijn dat er sprake is geweest van meningo-encefalitis (encefalitis en hersenvliesontsteking), maar dat de patiënt hiervan niet op de hoogte is gesteld. Het is dan ook altijd raadzaam dit te checken, wanneer uw klachten meer op die van de hieronderstaande lijst lijken dan op die van een een virale meningitis.

Gevolgen van encefalitis kunnen gelijkenis vertonen met die van meningitis. Gevolgen zijn per patiënt sterk verschillend en afhankelijk van de aard en ernst van de infectie in de hersenen. Soms is de spraakfunctie aangetast, bij anderen is het evenwichtsorgaan aangetast of het geheugen.

Bekende klachten na encefalitis
Persoonlijkheidsveranderingen
Verlies van initiatief en motivatie
(Kort) geheugenproblemen
Vertraagd reactievermogen
Gevoelsproblemen (emotieverlies)
Gedragsproblemen (agressie)
Concentratie- en leerproblemen
Verlies van perceptie
Afasie
Hoofdpijn
Verlammingsverschijnselen
Visuele en gehoorproblemen
Epilepsie (door littekenvorming)
Slaapproblemen
Depressie
Dwanggedachten of obsessies


Bronnen
http://nl.wikipedia.org/wiki/Hersenontsteking
http://www.consumed.nl/?rightUrl=L2RhdGFiYXNlL2luZGljYXRpZXMvaW5kaWNhdGllLnBocDM/aWQ9MzMxOQ==
http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=574
(de voor en nadelen van vaccineren)
https://www.medlook.nl/do/DetailDiseaseInit?pk=1006370805738
http://www.e-gezondheid.be/nl/ziekten_en_aandoeningen/Encefalitis-7299-892-art.htm
http://www.nizw.nl/thesaurus/postvaccinaleencefalitis.htm
http://www.meningitis-stichting.nl/informatie/gevolgen.html
http://www.travelclinic.com/83/japanse-encefalitis.htm


Frontaalkwabdementie (FKD)

De term Frontaalkwabdementie is een verzamelnaam van verschillende soorten dementieën. Deze kenmerken zich in het begin door persoonlijkheidsveranderingen en gedragsstoornissen.

Voordat de stoornissen in het denkproces (cognitieve stoornissen) zich openbaren kunnen de volgende symptomen zich voordoen:

apathie
sociale isolatie

ontremming

stereotype gedragingen

depressie

psychotische veranderingen

De ontremming in combinatie met een verminderd oordeelsvermogen kan aanleiding geven tot sociaal onaangepast gedrag. Soms vormen problemen op het werk, winkeldiefstal of seksuele ontremming de eerste verschijnselen van deze ziekte. Geheugenstoornissen staan niet op de voorgrond in de vroege stadia. Indien taalstoornissen aanwezig zijn, worden deze gekenmerkt door een afname van de woordproduktie.

Het niet kunnen plannen en uitvoeren van complexe handelingen is een van de kenmerkende verschijnselen van deze aandoening.

De frontaalkwabdementie begint gemiddeld op iets jongere leeftijd (ongeveer zestig jaar) dan de ziekte van Alzheimer.

In vergelijking met de ziekte van Alzheimer komt de frontaalkwabdementie vaker familiair voor: vijftig procent van de mensen die hieraan lijden hebben een eerstegraads familielid met dementie.

Schattingen omtrent het voorkomen van de frontaalkwabdementie bedragen tien tot twintig procent van het totale aantal dementieën.


Hersentrombose

1. De Hersentrombose

Een hersentrombose ontstaat doordat er een bloedklonter of 'trombus',
vanuit de halsslagader meestal, wordt afgeschoten en die zo één van de grotere of kleinere hersenbloedvaten vertopt:
Het achterliggende hersengedeelte komt dan zonder zuurstof te zitten en sterft af (men noemt dit een 'herseninfarct').
Hoe groter het bloedvat dat afgesloten is, hoe groter het infarct.
Dit laatste betekent niet dat er overeenkomstig een even grote neurologische uitval is, want dit hangt o.a. af van de ligging van het infarct.
Bijvoorbeeld recht op een motorische zone geeft dit een verlamming, juist buiten een motorische zone geeft dit geen verlamming.

Symptomen:
Verlamming, geheel of gedeeltelijk, van één gelaatshelft en één lichaamshelft (tegenovergesteld aan de plaats van het herseninfarct:
Zo geeft een herseninfarct links een verlamming van de rechter lichaamshelft en omgekeerd).
Halfzijdige gevoelsstoornissen aan de kant van de verlamming.
Soms gezichtsuitval aan de kant van de verlamming.
Soms spraakstoornissen ('afasie'), bij rechtshandigen als de linker hersenhelft is aangetast.
Soms stoornissen van het lichaamsschema en ontkennen van de verlamming ('negelect'), vooral bij linkszijdig verlamden.
Bij een trombose van de hersenstam zien we symptomen als duizeligheid en echte draaiduizeligheid, dubbelzien, spraak- en slikstoornissen.
Een groot hersenstaminfarct verloopt dikwijls fataal.
Bij een trombose van de kleine hersenen zijn er evenwichtsstoornissen, coördinatiestoornissen en spraakstoornissen.
Afhankelijk van de getroffen plaats in de hersenen zijn er verschillende uitvalsverschijnselen: bijvoorbeeld defecten in het gezichtsveld (bij een trombose in de buurt van het gezichtscentrum), rekenstoornissen, geheugenstoornissen, karakteriële stoornissen, enz.
Wat veel voorkomt bij een CVA is emotionele instabiliteit, met bijv. vlugger huilen 'om niets' of plotse woede-uitbarstingen.
Bij een hersentrombose is het bewustzijn zelden ernstig gestoord, tenzij bij een trombose van de hersenstam.
Afhankelijk van de duur van de symptomen bij een CVA, spreken we van een CVA (langer dan 24 uur) of een TIA (minder dan 24 uur).
Dikwijls gaan korte TIA's vooraf aan een trombose: kortdurende blindheid op één oog ('amaurosis fugax'), kortdurende verlammingen, kortdurende uitval anderzijds.

Naar boven

Hersenembolie,

Bij de hersenembolie zijn veelaal de zelfde symptonen als bij een hersentrombose.
Bij de hersenembolie komt de bloedklonter vanuit het hart, meestal wordt dit veroorzaakt door hartritmestoornissen.

Naar boven


Hersenbloeding,<

De symptomen bij een hersenbloeding zijn dezelfde als bij een trombose, maar doorgaans veel ernstiger, afhankelijk van de ligging en de grootte van de bloeding. Het bewustzijn is gestoord, tot coma toe en vaak is er een dodelijke afloop. Ook zijn er tekens van overdruk in de schedel: hoofdpijn in het begin, bewustzijnsdaling, hoge bloeddruk, trage pols, pupilverschil en braken. Heel vaak is bij een grote bloeding een neurochirurgische ingreep, onder de vorm van een schedelboring, noodzakelijk. Soms gaat het ook om kleinere bloedingen in het inwendige hersenkapsel, met toch langdurige revalidatie tot gevolg.

Een aparte vorm van hersenbloeding is de grote diffuse hersenbloeding ('hemorrhagia cerebri'), die doorgaans binnen de 24 uur dodelijk verloopt.

Naar boven

Hersenletsel bij kinderen

‘Licht hersenletsel’ blijkt een behoorlijk misleidende term te zijn.

Recent onderzoek wijst uit dat licht niet-aangeboren hersenletsel kan leiden tot zeer serieuze en blijvende functiestoornissen. Bij kinderen kunnen deze gevolgen lang verborgen blijven.

De zorg voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) krijgt sinds de jaren negentig steeds meer aandacht.

Om onduidelijke redenen was de aandacht voor kinderen en jongeren (<20 jaar) in belangrijke mate achtergebleven bij die voor volwassenen. Dit geldt zowel voor de data, het inzicht in de gevolgen, de beschikbare zorg als de organisatie van de zorg.

De noodzakelijke inhaalslag lijkt nu echter in gang te zijn gezet. Op prominente internationale congressen zoals het World Congress on Brain Injury (Melbourne, mei 2005) en het International Neurotrauma Symposium (Rotterdam, mei 2006) vormt pediatric brain injury een apart thema.
Over de (on)bruikbaarheid van de term bestaat discussie.(1)

Toch willen wij NAH als volgt definiëren: hersenletsel ten gevolge van welke oorzaak dan ook, anders dan door of vanwege de geboorte ontstaan, dat leidt tot een onomkeerbare breuk in de levenslijn en tot het aangewezen zijn op de hulpverlening.(2)

Onderstaand artikel is afkomstig uit het tijdschift Medisch Contact Nr. 12 - 24 maart 2006. Het geeft een overzicht van de inhoud en de organisatie van de zorg voor kinderen en jongeren met NAH in Nederland. Een nationaal verbeterprogramma dat moet leiden tot aanmerkelijke gezondheidswinst voor deze doelgroep, is in voorbereiding.

Trauma’s
NAH kan zowel een traumatische (trauma capitis: verkeers- en sportongevallen, vallen in huis) als een niet-traumatische oorzaak (tumor, encefalitis, meningitis, infarct, bloeding, anoxie, intoxicatie) hebben. Traumatisch NAH is de voornaamste oorzaak van overlijden en permanente beperkingen onder kinderen en adolescenten.(3)

De incidentie van NAH onder kinderen en jongeren is niet goed bekend. Uit extrapolatie van cijfers uit een van de weinige recente Nederlandse onderzoeken is af te leiden dat op spoedeisendehulpafdelingen van Nederlandse ziekenhuizen jaarlijks 48.000 kinderen en jongeren in de leeftijdsgroep van 0 tot 20 jaar met schedel- /hersenletsel worden gezien. Hiervan hebben er 12.000 daadwerkelijk hersenletsel opgelopen.(4)

Degenen met hersenletsel ten gevolge van niet-traumatische oorzaken en degenen die zich nergens - of alleen bij de huisarts - melden, zijn bij dit cijfer niet inbegrepen. Bovendien moet er rekening mee worden gehouden dat er in ziekenhuizen een significante mate van onderdiagnosticering plaatsvindt, doordat men lichtere hersenletsels makkelijk over het hoofd ziet, zeker in gevallen waarin andere trauma’s op de voorgrond staan.(5)

Het genoemde cijfer is dan ook een aanzienlijke onderschatting van het werkelijke jaarlijkse aantal kinderen en jongeren met NAH.
Over de prevalentie van NAH bij kinderen en jongeren in Nederland is niets bekend. Gedegen, grootschalig incidentie- en prevalentieonderzoek is noodzakelijk.

Gradaties van ernst
Hersenletsel kan in ernst variëren van licht tot ernstig. Om de ernst te meten, zijn diverse maten in gebruik, waarvan de Glasgow Coma Scale (GCS) de bekendste en meest gebruikte is.(6)

De GCS heeft drie parameters: de beste oogopeningsrespons (score van 1 tot 4), de beste motorische respons (score van 1 tot 6) en de beste verbale respons (score van 1 tot 5). De minimale score is dus 3 en de maximale score is 15. Een GCS-score van ²8 indiceert ernstig letsel, een score van 9-12 indiceert matig letsel en een score van 13-15 duidt op licht letsel. Voor kinderen tot en met 5 jaar wordt een aangepaste versie van de GCS gebruikt. (Deze wordt hier uitvoeriger beschreven)

Geheugen en bewustzijn
Andere maten voor de bepaling van de ernst van hersenletsel zijn de duur van de posttraumatische amnesie (PTA) en de duur van het bewustzijnsverlies. Bij een PTA van minder dan één uur of een bewustzijnsverlies van minder dan 15 minuten wordt gesproken van licht letsel. Bij hogere waarden is sprake van matig ernstig letsel. Er wordt algemeen van uitgegaan dat ongeveer 10 procent van alle hersenletsels ernstig, 10 procent matig en 80 procent licht is.

Misleidend
De gevolgen van NAH bij kinderen en jongeren kunnen zeer uiteenlopend zijn, zowel qua aard als qua ernst. Naast neurologische uitval kunnen tal van andere problemen optreden, bijvoorbeeld op het gebied van cognitie, geheugen, aandacht, concentratie, taal en gedrag, maar ook karakterveranderingen, psychiatrische, sociale en emotionele problemen.

Al deze problemen kunnen optreden bij alle gradaties van ernst van het letsel. Dit is een belangrijke constatering, want lange tijd is men ervan uitgegaan dat lichte letsels altijd leiden tot volledig herstel, het zogenaamde Kennard-principe. Nieuw epidemiologisch onderzoek heeft echter aangetoond dat licht hersenletsel een openbaar gezondheidsprobleem is van grote omvang, en in recente neurowetenschappelijke literatuur wordt het Kennard-principe serieus ter discussie gesteld.(7) ( [Aanvulling van 100% Mike: het Kennardprincipe zegt “hoe jonger, des te beter de prognose”. ]

Uit onderzoek blijkt dat licht NAH kan leiden tot zeer serieuze en blijvende functiestoornissen.(9) De term ‘licht hersenletsel’ is dan ook misleidend als het gaat om de gevolgen ervan.
Doordat kinderen nog in ontwikkeling zijn, en ze de aangedane functies pas veel later gaan gebruiken, kunnen de gevolgen van NAH bij kinderen erg lang verborgen blijven. Kinderen, ouders en professionals leggen in dergelijke gevallen vaak geen relatie meer met het voorval dat destijds het letsel veroorzaakte en tasten daardoor in het duister over de oorzaak van de manifeste problemen.

Over het beloop bij kinderen en jongeren na het oplopen van hersenletsel is vrijwel niets bekend. Dit komt niet alleen door een gebrek aan data, maar ook doordat de gevolgen van NAH bij kinderen veel moeilijker zijn te meten. Er zijn immers, omdat het kind nog in ontwikkeling is, maar weinig gegevens over zijn functioneren vóór het letsel. Hierdoor kan het hersenletsel net zo goed het gevolg zijn van al eerder bestaande beperkingen. Ten slotte is het ook nog mogelijk dat eerder bestaande beperkingen verergeren door opgelopen hersenletsel.

Hoewel intussen is aangetoond dat bij kinderen en jongeren alle bovengenoemde gevolgen kunnen optreden na NAH, is over de incidentie en prevalentie van deze gevolgen niets bekend. Deze gegevens zijn echter van wezenlijk belang voor de organisatie en de logistiek van de zorg voor de doelgroep. Ook is grotere awareness voor deze gevolgen noodzakelijk, zodat kinderen en jongeren met NAH de zorg krijgen die zij nodig hebben.

Doorverwijzen
Zorg voor kinderen en jongeren met NAH betekent natuurlijk ook onderwijs en vrijetijdsbesteding, en hulp bij (zelfstandig) wonen en arbeid. In dit artikel beperken we ons echter tot de zorg in enge zin, die twee problemen kent.

Op de eerste plaats wordt van de beschikbare zorg erg weinig gebruikgemaakt. Dit doet vermoeden dat veel kinderen en jongeren met gevolgen van NAH niet worden behandeld. Het tweede probleem betreft de kwaliteit van de zorg, en met name de daarin bestaande lacunes. Netwerk- en ketenvorming moeten het antwoord geven.

Voor de behandeling van restverschijnselen van NAH kunnen kinderen en jongeren terecht bij revalidatiegeneeskunde, maar ook bij het RIAGG, de jeugdgezondheidszorg, de kinder- en jeugdpsychiatrie en ziekenhuis- en eerstelijnspsychologen. Uit onderzoek blijkt echter dat de doelgroep erg weinig gebruikmaakt van deze voorzieningen.

Zo wordt minder dan 1 procent van de kinderen en jongeren met NAH die in ziekenhuizen worden gezien, doorverwezen naar de revalidatie.(10) Degenen die wél worden doorverwezen, hebben ernstige motorische en uiterlijk zichtbare problemen. Toch heeft een aantal revalidatiecentra ook programma’s voor cognitieve revalidatie en gedragstraining. De vraag is waarom er dan zo weinig wordt doorverwezen.

Onzichtbaar
Wat de revalidatie betreft, komt dit onder andere doordat slechts een kleine minderheid van de Nederlandse revalidatiecentra over een adequaat en goed beschreven aanbod voor deze doelgroep beschikt. Ook is de profilering van de revalidatiecentra niet optimaal. Verwijzers associëren revalidatie voornamelijk met fysieke en zichtbare beperkingen, en dat verklaart waarom doorverwijzing vrijwel uitsluitend plaatsvindt op grond van dat type problematiek.

De niet-zichtbare gevolgen van hersenletsel worden meestal ontkend, en als ze wel worden erkend, zijn de behandelmogelijkheden niet bekend. Ziekenhuisbehandelaars ontbreekt het aan goede diagnostische en signaleringsinstrumenten om langetermijngevolgen te detecteren.

Toch is het van groot belang dat kinderen en jongeren met NAH worden gescreend op cognitieve, gedragsmatige, sociaal-emotionele en andere onzichtbare gevolgen. Dit om degenen die hiervoor at risk zijn in een vroeg stadium te kunnen identificeren en interventies tijdig te starten.

Elk kind screenen
Eigenlijk zou elk kind met schedel-/hersenletsel dan ook neuropsychologisch moeten worden gescreend. Er is geen onderzoek bekend naar criteria op grond waarvan primaire behandelaars doorverwijzen naar vervolgvoorzieningen. Er bestaat onder professionals en bij patiëntenverenigingen dan ook behoefte aan verwijsprotocollen. Momenteel zijn in de regio’s Haaglanden, zuidelijk Zuid-Holland en Limburg pilotstudies in afronding naar de verwijspraktijk in ziekenhuizen. De resultaten zullen bouwstenen opleveren voor een verwijs-protocol.

Cognitieve revalidatie
Er bestaan belangrijke lacunes in de zorg voor kinderen en jongeren met NAH. Sommige revalidatiecentra hebben in het geheel geen expertise op dit gebied in huis. Een van de belangrijkste lacunes is ongetwijfeld het ontbreken van methoden voor cognitieve revalidatie. Omdat cognitieve functiestoornissen voor de meest ontwrichtende restschade zorgen, is cognitieve revalidatie een van de allerbelangrijkste en tegelijkertijd een van de meest verwaarloosde onderdelen in de zorg voor kinderen en jongeren met NAH.

Opvang voor familie
Omdat bij hersenletsel ook het gezins- en familiesysteem wordt getroffen, is hiervoor bijzondere aandacht nodig. Aangetoond is dat in veel gezinnen met een kind met NAH ernstige problemen ontstaan.(11) Er moeten daarom signalerings- en zorgstructuren rond deze gezinnen worden geconstrueerd. Ook bij de ontwikkeling van een goed aanbod dient de benutting van de mogelijkheden van het gezins- en familiesysteem aandacht te krijgen. Dit gebeurt nog volstrekt onvoldoende, terwijl is aangetoond is dat dit leidt tot substantiële verhoging van opbrengsten.
Verder is de bestaande expertise slecht gespreid over het land.

Er bestaan te veel witte vlekken, waardoor het regelmatig voorkomt dat kinderen ver van huis moeten gaan wonen en naar school gaan om de juiste behandeling te krijgen. Daarnaast heeft geen enkele instelling of voorziening een compleet aanbod in huis voor deze doelgroep. Dat is ook niet nodig, als maar aan twee voorwaarden is voldaan. Op de eerste plaats moeten zorgverlenende instanties hun aanbod gaan beschrijven en daarnaast moet men elkaars expertise weten te vinden. In diverse revalidatiecentra wordt momenteel aan beschrijving van het aanbod gewerkt op basis van een door Revalidatie Nederland opgestelde handleiding.

Het verdient hierbij aanbeveling om niet op meerdere plaatsen het wiel te gaan uitvinden, maar één landelijk modelprogramma op te stellen waarin ruimte is voor regionale verbijzondering en centrumspecifieke accenten.

Naar boven

Hersentumor<


Wat is een hersentumor?

Een hersentumor is een gezwel in de hersenen. Strikt medisch gezien is een hersentumor geen kanker, omdat hersentumoren zich niet uit kunnen zaaien naar andere delen van het lichaam. Men spreekt pas van kanker als een gezwel zich uit kan zaaien. Toch zien veel mensen hersentumoren als een vorm van kanker.
Een hersentumor kan in de hersenen zelf zijn ontstaan. Dat noemt men een primaire tumor. Er zijn verschillende primaire hersentumoren, de meest voorkomende is het glioom.
Soms ontstaat een hersentumor als gevolg van kanker op een andere plaats in het lichaam. De hersentumor is dan een uitzaaiing van die andere vorm van kanker (bijvoorbeeld van longkanker). Dus: een primaire hersentumor kan zich niet uitzaaien, maar kanker in een ander deel van het lichaam kan zich wel uitzaaien naar de hersenen.
De informatie in deze tekst gaat over de primaire hersentumor glioom.
Bij gliomen is het verschil tussen goed- en kwaadaardig niet zo duidelijk als bij tumoren in andere lichaamsdelen. Gliomen zaaien zich weliswaar niet uit, maar kunnen wel schade aanrichten. Daarom zegt men dat een hersentumor een bepaalde mate van kwaadaardigheid heeft. Niet erg kwaadaardig heet 'laaggradig', wel kwaadaardig heet 'hooggradig'. Een laaggradig glioom groeit langzaam, een hooggradig glioom snel.
Nog een verschil met andere tumoren is dat een hersentumor meestal niet scherp begrensd is: aan de randen van het glioom zijn de tumorcellen gemengd met gezonde hersencellen. De tumorcellen groeien daar dus tussen de gezonde cellen in. Dat maakt het moeilijk de tumor helemaal te verwijderen, waardoor de kans groter is dat de tumor weer aangroeit.Hoe ziet het leven eruit na behandeling van een hersentumor?Een hersentumor is een ingrijpende aandoening. Patiënten hebben vaak veel vragen, ook na de behandeling: Komt de tumor terug? Wat is de levensverwachting? Hoe zal het verdere leven eruit zien? De antwoorden op deze vragen zijn afhankelijk van het soort tumor. In ieder geval blijft de patiënt onder controle, ook nadat de hersentumor behandeld is. Dat is nodig omdat de tumor soms weer aangroeit.
De levensverwachting voor mensen met een glioom is heel verschillend. Met een laaggradig glioom kan iemand vele jaren leven zonder dat de ziekte terugkeert. Bij een hooggradig glioom is de levensverwachting echter beperkt.
Hoe de toekomst eruit ziet, kunnen de behandelend artsen het beste inschatten. In zijn algemeenheid geldt dat de meeste mensen na een behandeling eerder moe zijn en zich wat onzeker voelen. Veel mensen reageren emotioneler of zijn sneller verward dan vroeger. Het kan helpen om vrienden en kennissen goed uit te leggen wat er aan de hand is. De huisarts, specialist of een therapeut kan hierbij adviseren.Het is mogelijk dat door de behandeling van de tumor er gevolgschade wordt toegebracht aan de hersenen, men kan dan spreken over niet aangeboren hersenletsel. daar over kunt u meer lezen elders op deze website.



Herzenkneuzing

Wat is een hersenkneuzing.

Een hersenkneuzing is een gestoorde hersenwerking door heftig mechanisch geweld, direct op de schedel uitgeoefend, waardoor de hersenen letsel hebben opgelopen.

Symptomen

- Bewusteloosheid, kort of langdurig, meestal direct in aansluiting aan het ongeval. Bij zeer ernstige ongevallen kan de bewusteloosheid soms dagen tot weken duren.

- Misselijkheid en braken; vaak treedt het braken spoedig na het ongeval op en in het algemeen hangen beide symptomen samen. Misselijkheid en braken zijn echter weinig specifieke symptomen.

- Retrograde amnesie; na weer tot bewustzijn te zijn gekomen bestaat bij het slachtoffer een geheugenverlies die loopt van het tijdstip van het ongeval tot enige tijd daarna. Men weet dus niet meer of maar zeer vaag te vertellen hoe het ongeval heeft plaatsgevonden.

Deze drie basissymptomen kunnen zowel kwalitatief als kwantitatief van slachtoffer tot slachtoffer verschillen.

- Neurologische uitvalsverschijnselen kunnen optreden, vooral wanneer de beschadiging een motorisch of sensibel gebied van de hersenen betreft.

- Bij hersenonderzoek worden pathologisch-anatomische veranderingen waargenomen, vooral in de oppervlakkige delen van de grote hersenen en in zeldzame gevallen ook in de hersenstam.

- Meestal ziet men ook veranderingen in het hersen - ruggenmergvocht, variërend met een lichtgele verkleuring tot een duidelijke bloedbijmenging.

- Op het EEG en de hersenscan zijn duidelijk lokale veranderingen te zien.

De vooruitzichten bij een lichte hersenkneuzing zijn in het algemeen goed. Bij ernstige complicaties, zoals shock, ademhalingsmoeilijkheden en beschadiging van de hersenstam is de prognose veel ongunstiger.

Hersenschudding, hersenkneuzing<

Naar boven (commotio cerebri, contusio cerebri)

Een hersenschuddig is een licht gestoorde hersenwerking ten gevolge van mechanisch geweld, direct of indirect op de schedel inwerkend, zonder dat de hersenen zelf letsel hebben opgelopen. Ondanks dat de hersenen veilig zitten weggeborgen in de schedel, kan het toch voorkomen dat door bijvoorbeeld een ongeluk de hersenen een stevige klap te verduren krijgen. Verliest de patiënt hierdoor het bewustzijn, dan spreekt men van een hersenschudding (commotio cerebri). Wanneer de patiënt weer bijkomt, weet deze vaak niet precies meer wat er gebeurd is. In sommige gevallen is zelfs een groter deel van het geheugen kwijt. Dit wordt amnesie genoemd.
Als gebeurtenissen voor het ongeval niet meer herinnerd kunnen worden spreken we van retrograde amnesie. Kan de patiënt gebeurtenissen na het ongeval niet onthouden spreken we van inprentingsstoornissen en eventueel anterograde amnesie.
Is er sprake van schade aan het hoofd (zoals botbreuken/fracturen), aan de hersenen (hersenbloeding, zie 'CVA') of aan hersenweefsel, dan spreekt men van een hersenkneuzing (contusio cerebri). Deze aandoening kan zeer ernstig en levensbedreigend zijn.

Oorzaak
Een hersenschudding (commotio cerebri) is een lichte vorm van hersenletsel. Deze wordt veroorzaakt door een klap op het hoofd of een val of ander geweld op de schedel (schedeltrauma). Een beschadiging van de schedel betekent meestal geen beschadiging van de hersenen; bij de meeste hersenschuddingen is er geen letsel of neurologische verandering in de hersenen.
Doordat je ‘inprentingsstoornissen’ hebt, onthou je bijna niks dat tegen je wordt gezegd. Mensen met een hersenschudding vragen vaak tot vervelens toe aan hun omgeving wat er precies gebeurd is. Deze inprentingsstoornissen duren niet langer dan een uur. Ook kun je je naderhand de klap of het ongeval helemaal niet meer herinneren. Zelfs de periode net voor en net na het ongeval zijn uit je geheugen gewist.
Bij een zware hersenschudding treden dezelfde symptomen op als bij een lichte, alleen ze duren wat langer. Behalve suf ben je ook behoorlijk warrig. Je verkeert meestal in een soort shocktoestand: bleek gezicht, veel transpireren, snelle pols en lage bloeddruk. Ook heb je meteen al verschijnselen die wijzen op stoornissen van het zenuwstelsel. Bijvoorbeeld spreekstoornissen (afasie), halfzijdige verlamming, of gevoelsverlies. Als de reukzenuw is beschadigd, kun je niet meer ruiken. Herstel gaat langzaam. Hoe dramatisch deze symptomen ook klinken, ook bij een zware hersenschudding herstel je helemaal – mits er geen complicaties optreden. De ernstigste complicaties die denkbaar zijn, zijn bloedingen boven en onder het buitenste hersenvlies (‘epiduraal hematoom’ en ‘subduraal hematoom’).

Diagnose
De diagnose wordt gesteld door de huisarts of EHBO-arts. Een ziekenhuisopname ter observatie kan nodig zijn om duidelijkheid over de ernst van het letsel te krijgen.
Klachten en verschijnselen
De klachten verschillen met de ernst.
Bij een hersenschudding kunnen deze zijn:
* Bewusteloosheid, kort of langdurig, meestal direct in aansluiting aan het ongeval. Bij een hersenschudding is de bewusteloosheid in het algemeen zeer kort van duur, dat wil zeggen enkele seconden tot ongeveer 10-15 minuten.
* Misselijkheid en braken; vaak treedt het braken spoedig na het ongeval op en in het algemeen hangen beide symptomen samen. Misselijkheid en braken zijn echter weinig specifieke symptomen.
* Retrograde amnesie; na weer tot bewustzijn te zijn gekomen bestaat bij het slachtoffer een geheugenverlies met betrekking tot de tijd die aan het ongeval vooraf ging. Men weet dus niet meer of maar zeer vaag te vertellen hoe het ongeval heeft plaatsgevonden. De amnesie is bij een hersenschudding meestal licht van aard of soms afwezig en in elk geval niet langer dan 24 uur.
* Er zijn geen neurologische uitvalsverschijnselen.
* Bij eventueel pathologisch-anatomisch onderzoek worden geen afwijkingen gevonden.
* suf
* moeizaam werkend geheugen
* hoofdpijn;
* versnelde pols;

Bij hersenkneuzingen kunnen optreden:
* tijdelijk of langdurig bewustzijnsverlies;
* geheugenverlies;
* duizeligheid;
* braken;
* gedeeltelijke verlamming;
* bleekheid;

Ernst en beloop
Een hersenschudding gaat meestal voorbij zonder restverschijnselen. Bij een hersenkneuzing kunnen door het letsel verschillende klachten blijven bestaan.

Preventieve maatregelen
Gebruik waar dat nodig is altijd veiligheidsmiddelen (valhelm, autogordels, enzovoort). Deze zorgen ervoor dat de klap van een mogelijk ongeval minder hard aankomt en voorkomen daarmee hersenschade.

Behandeling
Bedrust (maximaal 7-10 dagen) gedurende enkele dagen is meestal voldoende. Tegen de hoofdpijn kan een pijnstiller (bijvoorbeeld paracetamol) worden gebruikt. Televisie kijken wordt afgeraden. Tegen hoofdpijn kan de huisarts een pijnstiller voorschrijven. Ernstige hersenkneuzingen met comateuze patiënten moeten direct behandeld worden. De huisarts zal direct een ziekenhuisopname regelen. Het nieuwst inzicht is om de patient zo snel mogelijk weer zijn oude ritme op te laten pakken. Denk daarbij wel aan een vertraging in het handelen, dus wellicht kan er tijdelijk niet worden autogereden. Soms treedt er een gevoeligheid voor licht en geluid op. Toch is het goed daar regelmatig mee geconfronteerd te worden.

Waarschuwing
De huisarts moet altijd gewaarschuwd worden indien er, bijvoorbeeld na een ongeluk, bewustzijnsverlies optreedt. Neem bij een mogelijke hersenschudding/hersenkneuzing of bij langdurige klachten altijd contact op met de huisarts.
Vooral bij kleine kinderen echter kunnen 6 tot 12 uur na het ongeval complicaties optreden als gevolg van een bloeding uit een beschadigd bloedvat binnen de schedel, waardoor delen van de hersenen in de knel kunnen komen. De patiënt verliest dan de controle over de ledematen: lopen of de armen optillen is niet meer mogelijk. In dat geval is spoedtransport naar een ziekenhuis noodzakelijk. Het is belangrijk de patiënt de eerste nacht elk uur wakker te maken om de toestand te controleren.

Vooruitzichten
Bij een lichte hersenschudding zijn in de meeste gevallen de symptomen na enkele weken verdwenen.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Hersenschudding
http://www.gezondheidsplein.nl/gp/gp.php?type=aandoeningen&id=985&actie=toon&letter=H
<

Hersencysten <



In het algemeen worden met cysten bedoeld: met vocht gevulde abnormale holten die ergens in het lichaam kunnen optreden. Zo kunnen er ook cysten in de hersenen voorkomen, hoewel ze tamelijk zeldzaam zijn. Een bekende groep hersencysten zijn de arachnoïdale cysten.

Arachnoïdale Cysten
Dit zijn cysten die gevuld zijn met hersenvocht (liquor). Het hersenvocht in de cyste is niet afkomstig van de normale liquorruimten, maar het vocht wordt door de wand van de cysten zelf afgescheiden (zie voor een uitleg over aanmaak en circulatie van de liquor het stuk over hydrocefalie). Als men tijdens de operatie de cyste helemaal heeft leeggemaakt, ziet men geen liquor (vocht) de cyste binnenstromen uit naburige subarachnoïdale ruimten, die van de cyste worden gescheiden door transparante vliezen. Omdat de cyste maar langzaam groter wordt oefent hij geen druk uit zoals andere snel in grootte toenemende ruimte-innemende massa's, maar omdat de cyste een afgesloten vloeistofruimte is, is hij onsamendrukbaar en bij bewegingen van het hoofd slaat hij als een steen op het omgevende weefsel. Daarom berust de behandeling op het maken van openingen in deze vliezen opdat de cysteninhoud kan wegvloeien in de subarachnoïdale ruimten en de cyste nu samendrukbaar wordt.

Voorkomen en ontstaan
Arachnoidale cysten kunnen op verschillende plaatsen voorkomen, maar vooral temporaal (bij de slaap), en ook meer aan de linker kant dan aan de rechter, en meer bij mannen dan bij vrouwen. De cyste deukt het omgevende weefsel in, en bij een heel grote temporale cyste kan de temporaalkwab soms helemaal niet tot ontwikkeling komen. Het ontstaan van een grote arachnoidale cyste verhindert de temporale kwab om op zijn normale plaats tot ontwikkeling te komen. Ondanks de afwezigheid van de temporale kwab verminderd de totale hoeveelheid hersenweefsel niet en de hersenfuncties zijn niet uitgevallen. De centra voor deze functies zijn wel aanwezig, maar liggen op andere plaatsen dan normaal. Ze zijn door de cyste van hun eigen plek verdrongen.

Verschijnselen
Vele mensen met een arachnoïdale cyste hebben helemaal geen klachten en de cyste wordt bij toeval ontdekt op scans die om een andere reden zijn gemaakt. Als er al klachten zijn, bestaan deze uit hoofdpijn, duizeligheid en soms epileptische toevallen. Een enkele keer is er wel neurologische uitval in de vorm van verlammingen of spraakstoornissen en kunnen er verschijnselen van verhoogde druk in het hoofd zijn: hoofdpijn met misselijkheid en braken, sufheid en stuwingspapillen. Maar dan is er wel iets anders aan de hand, namelijk een bloeding die in de cyste is opgetreden, of hydrocefalie omdat de cyste op een plaats is gelegen waardoor liquor-afvoerwegen worden dichtgedrukt. (vocht kan dus niet worden afgevoerd) De uiteindelijke diagnose wordt gesteld met een CT-scan en/of MRI.

Behandeling
Bij volwassenen pleegt men de cyste alleen te behandelen als er klachten zijn, bijvoorbeeld als er sprake is van verhoogde druk in het hoofd; bij een bloeding in de cyste wordt deze gedraineerd. Bij een hydrocefalie worden door middel van een shunt zowel de cysteninhoud als de hersenkamers gedraineerd naar de buikholte (cysto-peritoneale en ventriculo-peritoneale shunt). Sommigen geven er de voorkeur aan om de cyste door een operatie vrij te leggen en verbindingen te maken tussen de cyste en omringende subarachnoïdale ruimten om de cysteinhoud met de liquor te doen afvoeren (dit noemt men fenestratie). Het voordeel hiervan is dat de patiënt geen shunt nodig heeft die verstopt of geïnfecteerd kan raken, het nadeel is uiteraard dat hier een grotere ingreep voor nodig is. Sommige neurochirurgen verrichten de fenestratie via een kijkoperatie (endoscopisch), dat wil zeggen met behulp van een buisje met ingebouwde verlichting, dat via een boorgat in de cyste wordt ingebracht. Door de endoscopische buis kunnen de instrumenten worden ingebracht waarmee de openingen in de omgrenzende vliezen worden gemaakt. Over het algemeen komt bij volwassenen de cyste niet geheel tot verdwijnen, zoals men op scans na de operatie kan zien. Omdat bij kinderen de hersenen nog kunnen groeien, wordt hier de cyste over het algemeen wel behandeld; als dit vroeg genoeg gebeurt en de cyste niet al te groot is, kan de cyste hierdoor geheel verdwijnen. Soms komen de klachten na een fenestratie-operatie terug, waarschijnlijk omdat de gemaakte openingen weer dicht zijn gegaan en moet er alsnog een shunt volgen.

Andere liquor-bevattende cysten
Neuroepitheliale cysten
Arachnoïdale cysten hebben een wand die is voortgekomen uit een bepaalde laag van de hersenvliezen en ze plegen daarom oppervlakkig te liggen ten opzichte van de hersenen. Er zijn cysten die ook liquor bevatten terwijl hun wand die deze op liquor lijkende inhoud afscheidt, voort is gekomen uit het weefsel dat de hersenkamers bekleedt (ependym dan wel plexus choreoïdeus); men noemt ze neuroepitheliale cysten; ze liggen gewoonlijk diep binnenin de hersenen. Ze gedragen zich overigens als de arachnoïdale cysten en er geldt dezelfde behandeling voor.

Cysten tengevolge van het verloren gaan van hersenweefsel.
Deze cysten bevatten eveneens liquor en zijn in feite holten die in de hersenen zijn overgebleven doordat een groot stuk van het weefsel is verloren gegaan. Dat gebeurt meestal door versterf (infarct door een vaatafsluiting), na een operatie waarbij een grote tumor is verwijderd, of tengevolge van ernstig hoofdletsel waarbij veel weefsel is beschadigd. Ook kunnen bij kinderen zulke cysten (men noemt ze porencefale cysten) in de hersenen voorkomen door gebeurtenissen voor de geboorte, namelijk doordat er een ernstige beschadiging of ontwikkelingsstoornis is geweest. Omdat deze cysten juist ontstaan vanwege een tekort aan weefsel, gedragen ze zich dus niet als een ruimte-innemende massa en vereisen ze geen behandeling.

Colloidcysten
Dit zijn cysten die op een bijzondere plaats zijn gelegen, namelijk in het voorste gedeelte van de derde hersenkamer (3e ventrikel) dicht bij de plaats waar de zijventrikels in de 3e ventrikel uitmonden door de openingen (foramina) van Monro. De cysten zijn gevuld met een taai slijm dat door de cystewand wordt afgescheiden. Vaak geven de cysten helemaal geen klachten, maar ze kunnen klachten geven van verhoogde druk in het hoofd, als ze één of beide openingen van Monro verstoppen, waardoor er stuwing ontstaat van het hersenvocht in de zijventrikels (hydrocefalie). De patiënten klagen dan over hoofdpijn; ze kunnen suf worden of zelfs bewusteloos. Ze worden dan met spoed opgenomen voor behandeling. Deze bestaat uit het afvoeren van hersenvocht uit de gestuwde hersenkamer door een slangetje naar buiten. In het algemeen blijkt ongeveer een derde van deze met spoed behandelde patiënten te laat te komen, waardoor ze helaas toch komen te overlijden. Later wordt de tijdelijke drainage vervangen door een ventriculo-peritoneale shunt. Een andere optie is een operatie waarbij via het maken van een luikje in de schedel de 3e ventrikel wordt geopend en de cyste daaruit wordt verwijderd. Behalve door een dergelijke operatie kan de cyste ook worden bereikt via een kijkoperatie; hierbij wordt een endoscoop, (dat is een buis met ingebouwde verlichting) via een boorgat in de 3e ventrikel ingebracht en met behulp van instrumenten die via de buis worden ingebracht, gelukt het dan om de cyste geheel dan wel gedeeltelijk te weg te halen. Er is ook een mogelijkheid om de cyste geheel of gedeeltelijk te ontledigen door middel van een naald die via een boorgat op stereotactische wijze tot in de cyste wordt gestoken. Vooral bij het operatief openen van de 3e ventrikel, maar ook bij de inkijkoperatie, is er het soms niet geheel te vermijden risico, dat geheugenstoornissen ontstaan door beschadiging van de fornix, een structuur in de wand van de 3e ventrikel die een rol speelt in de geheugenfunctie.

Dermoid- en epidermoidcysten
Dit zijn cysten die geen echte vloeistof bevatten maar een witglanzende brijige massa. De cyste-inhoud wordt afgescheiden door de wand van de cyste die bestaat uit weefsel dat lijkt op de deklaag van de huid. Deze cysten kunnen niet alleen in de hersenen, maar ook elders in het lichaam voorkomen. Het verschil tussen epidermoid en dermoidcysten bestaat hieruit, dat dermoidcysten alleen bij de middellijn van het lichaam voorkomen, talg en soms haren bevatten in tegenstelling tot epidermoid-cysten. Epidermoidcysten komen ook op andere plaatsen voor dan alleen in de middellijn en zijn alleen opgebouwd uit huidschilfers. Omdat ze heel langzaam groeien geven ze eerst weinig klachten en kunnen ze tamelijk groot worden. Als ze zo groot zijn geworden dat ze druk op het omringende weefsel uitoefenen, kunnen ze klachten geven die berusten op uitval van de functie van dit weefsel, zoals verlammingen, gevoelsstoornissen of epilepsie. Omdat ze zo langzaam groeien, kan men bij ouderen die geen klachten hebben, een afwachtende houding aannemen. Bij jongeren verdient het aanbeveling om ze totaal te verwijderen. Dit kan alleen door een operatie waar de cyste via het maken van een luik in de schedel wordt vrijgelegd. Doordat de cyste-inhoud geen vloeistof is maar een brijige massa lukt het niet om deze door een naald weg te zuigen. Soms lukt het niet om de cysten geheel te verwijderen, omdat ze op moeilijk bereikbare plaatsen zitten of omdat ze vastzitten aan belangrijke structuren zoals bloedvaten en zenuwen. Als er resten zijn overgebleven kunnen deze weer aangroeien, al kan het geruime tijd duren voor ze weer klachten geven. Een risico bij deze cysten is infectie, omdat de cyste een verbinding kan hebben met de huid of omdat bacteriën zich kunnen nestelen in de brijige inhoud. Patiënten kunnen kort na een operatie het beeld kunnen vertonen van een hersenvliesontsteking (meningitis) terwijl er geen echte infectie is. Dit komt doordat tijdens de operatie iets van de inhoud van de cyste in de liquor is terechtgekomen en de hersenvliezen hierdoor geïrriteerd raken.

Cysten bij hersentumoren
Hersentumoren, waarmee bedoeld wordt de verschillende soorten gliomen gaan nogal eens gepaard met kleinere of grotere cysten. De inhoud van de cyste bestaat uit helder gelig eiwitrijk vocht, waarvan de samenstelling overeenkomt met die van bloedplasma. Dat wijst erop dat de cyste ontstaan is uit de vervloeiing van oedemateus hersenweefsel. Dat is het hersenweefsel dat om of in de tumor is gelegen, waarin vanwege de abnormale doorlaatbaarheid van de tumorbloedvaten (het zogenaamde doorbreken van de bloed-hersen barrière) bloedplasma is gelekt. De cyste draagt uiteraard bij tot het ruimte-innemende karakter van de tumor en wordt bij de operatie samen met de tumor verwijderd. Er zijn cysten die hardnekkig terugkomen; deze kunnen geleegd worden via een naald die door een oud boorgat van de voorgaande operatie erin gestoken wordt. Er kan in de cyste ook een slangetje worden ingebracht dat uitmondt in een onderhuids reservoir dat gemakkelijker door de huid aangeprikt kan worden. Ook bij meningeomen en metastasen kunnen cysten voorkomen.
Cysten bij craniofaryngeoom
Craniofaryngeomen zijn tumoren aan de hersenbasis, die ontstaan uit resten van de aanleg van de hypofyse Sommige typen van deze tumor hebben de neiging om grote cysten te vormen die gevuld zijn met een bruinige vloeistof waarin glinsterende kristalletjes rondzweven en die daarom wel met motorolie wordt vergeleken. De behandeling van de cyste gebeurt in het kader van de behandeling van het craniofaryngeoom.

Meer informatie op http://www.nvvn.org/voorlichting/CYS_hersencysten.html

Woordenboek om het artikel makkelijker leesbaar te maken
cysten: met vocht gevulde abnormale holten die ergens in het lichaam kunnen optreden
liquor: hersenvocht
subarachnoïdale ruimten
temporaal: dit is een gebied van de hersenen bij de slaap, ook wel slaapkwab genoemd
Stuwingspapillen:het gestuwd zijn van de intredeplaats van de oogzenuw in het oog. Deze ziet er normaal uit als een hol schoteltje met scherpe randen, maar bij stuwing heeft de papil wazige opgeworpen randen)
hydrocefalie : hersenvocht kan niet worden afgevoerd
fenestratie: de cyste wordt door een operatie vrijgelegd, er worden verbindingen gemaakt tussen de cyste en omringende subarachnoïdale ruimten om de cysteinhoud met de liquor te doen afvoeren
kijkoperatie (endoscopisch): dat wil zeggen met behulp van een buisje met ingebouwde verlichting, dat via een boorgat in de cyste wordt ingebracht
fornix: een structuur in de wand van de 3e ventrikel die een rol speelt in de geheugenfunctie
oedemateus hersenweefsel: hersenweefsel dat om of in de tumor is gelegen, waarin vanwege de abnormale doorlaatbaarheid van de tumorbloedvaten (het zogenaamde doorbreken van de bloed-hersen barrière) bloedplasma is gelekt.
Craniofaryngeomen: tumoren aan de hersenbasis, die ontstaan uit resten van de aanleg van de hypofyse

Hersenvliesontsteking


Getekend voor het leven

15 % van de kinderen die een hersenvliesontsteking door pneumokokken overleven, loopt een hersenletsel op.
Een zware tol voor het kind, een zware belasting voor de ouders.

Dit zijn de andere mogelijke gevolgen:
vallende ziekte
doofheid
verlammingen
motorische achterstand
geestelijke achterstand


Een genadeloze ziekte
In 5 tot 10 % van de gevallen leidt bacteriële hersenvliesontsteking tot de dood.
Zelfs wanneer er snel wordt ingegrepen.
Wordt uw kind niet tijdig behandeld? Dan is de kans op overleven slechts 50 %.
De strijd tegen deze infectie is dan ook een race tegen de tijd. Een race waarvan de uitkomst erg onzeker is.

De drie booswichten
pneumokokken (Streptococcus pneumoniae)
meningokokken B + C (Neisseria meningitidis)
Haemophilus influenzae b (Hib)


Elke minuut telt
Is uw kind besmet? Raadpleeg dan zo snel mogelijk uw arts.
Is uw arts niet beschikbaar? Ga dan zo snel mogelijk naar het hospitaal.

De Volgende symptomen wijzen op een hersenvliesontsteking:

Bij jongeren
koorts
huiduitslag
zware en aanhoudende hoofdpijn
stijfheid in de nek
braakneigingen
duizeligheid
grieperig gevoel

Bij zuigelingen
huiduitslag
koorts
slaperigheid
geen eetlust
huilen
kreunen
prikkelbaar
soms stuipen

Uw kind loopt gevaar

Heel wat Belgen dragen ongemerkt pneumokokken met zich mee.
Ze verschuilen zich in de neus- of keelholte.
Als een dergelijke ‘gezonde drager’ hoest, niest, snuit of kust,
kunnen de bacteriën van gastheer of –vrouw veranderen.
Kinderen tot 5 jaar vormen de grootste risicogroep.
Vooral in crèches en kinderdagverblijven loopt uw kind een verhoogd risico op besmetting !

Antibiotica: ja, maar ...
Steekt een pneumokokkeninfectie de kop op, dan bieden antibiotica verweer.
Helaas lopen zij achter de feiten aan. Vaccinatie is de enige manier om een ernstige infectie te voorkomen!
Speel op veilig, vaccineer!
Vaccinaties hebben hun nut ruimschoots bewezen.
Zo komt hersenvliesontsteking door Haemophilia influenzae b (Hib),
nagenoeg niet meer voor dankzij de grootschalige vaccinatie van zuigelingen.
Een geconjugeerd pneumokokkenvaccin beschermt ook het jonge kind tegen de meeste invasieve,
pneumokokkeninfecties.
Belangrijk als het om het leven van ùw zoon of dochter gaat.

Vraag raad aan uw arts.

bron: meningitis.be
<

Horton syndroom,

Het Horton-syndroom of 'cluster-headache' is een zeer ernstige hoofdpijn, waarvan de de verschijnselen op zich ook bij andere hoofdpijnen voorkomen, maar zich hier in een typische combinatie voordoen. Het gaat om een hevige, halfzijdige en kortdurende hoofdpijn rond één oogkas. Deze hoofdpijn kent een 'clustergewijze' verloop, d.w.z. gedurende een periode van meerdere dagen of weken aan één stuk door (minstens éénmaal per dag), met daarnaast langere